Wessel te Gussinklo – De hoogstapelaar

De beste leesclubboeken zijn die waarover je eens lekker in discussie kunt gaan met elkaar, het liefst met hartstochtelijke voor- en tegenstanders in de zaal. Vindt iedereen het een prachtig boek zijn we snel uitgepraat en kunnen we gelijk door naar de borrel. Evenzo bij unaniem slecht bevonden boeken: proost en volgende keer beter. De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo bleek gelukkig een schot in roos voor de Kennemer leesclub. Met dit boek won de 79-jarige schrijver vorig jaar de Bookspot Literatuurprijs Fictie (voorheen ECI– en AKO Literatuurprijs), dus de verwachtingen waren hooggespannen van tevoren.

De recensies waren zeer lovend over deze roman. Zo schreef Rob Schouten in Trouw:
‘Met zijn zuigende, repetitieve stijl schildert Te Gussinklo de innerlijke gesteldheid van zijn hoofdpersoon op weergaloze wijze, waarbij ik moet aantekenen dat je er wel tegen moet kunnen om enkele honderden pagina’s in het dreunende en drammende brein van zo’n jongen te vertoeven.’
Mooi gezegd, waarmee Schouten precies zijn vinger legt op de jubel- en pijnpunten in De hoogstapelaar. Zelden zag ik namelijk een gezelschap lezers dat zo verdeeld was over een boek. De een vond het briljant, een ander riep ‘Ik had het wel acht keer in de open haard willen willen gooien. Het is dat het voor de leesclub is, want anders…’.
Zie daar het mooie van zo’n leesclub. Je leest nog eens wat buiten je comfort zone en op zo’n avond steek je er links en rechts nog wat van op ook. Ikzelf zat aan het begin van de avond zonder meer in het nee-kamp. Voorafgaand aan de avond had ik mijn eerste indruk genoteerd: ‘Een grote worsteling om te lezen. Weinig actie en een hoofdpersoon waar ik me voornamelijk aan ergerde.’ Maar warempel, nu ik meer over het boek en de schrijver weet, zie ik wel wat de critici zo aan dit boek bejubelen. En dat zit ‘m met name in Te Gussinklo’s originele stijl en zijn grote psychologische vernuft.

De hoogstapelaar gaat over Ewout Meyster, een 17-jarige jongen die obsessief bezig is zich te manifesteren ten overstaan van de rest van de wereld. Hij wil alles behalve normaal zijn en denkt te weten hoe je je moet gedragen, hoe je je moet bewegen, hoe je moet praten; alles om je te onderscheiden van de rest. De hoogstapelaar uit de titel betekent zoveel als blaaskaak of leugenachtige opschepper. ‘Ewout is een opschepper, een overbluffer, een bedrieger. Het klopt helemaal.’, zoals Te Gussinklo het zelf treffend verwoord heeft in een interview. Aan het begin van het boek heeft Ewout een kleine schare volgelingen om zich heen verzameld, maar het beetje status wat hij denkt te hebben verdampt gaandeweg en op het laatst is hij vrijwel op zichzelf teruggeworpen. Het interessante is dat je als lezer het hele boek lang in het hoofd van die opschepper zit opgesloten. De malende, vaak herhalende zinnen in het boek vormen een briljante weerspiegeling van Ewouts gedachtestroom. Ja, zo denkt een 17-jarige puberjongen, denk je als lezer. Te Gussinklo tekent het obsessieve, irritante, navelstaarderige van dat brein meesterlijk. Dat maakt De hoogstapelaar tot een zeer knappe psychologische roman.
De keerzijde hiervan is dat het boek hierdoor nogal taai is om te lezen, althans volgens sommigen. Er gebeurt zogezegd vrij weinig. Het boek bestaat strikt genomen maar uit een paar scènes. En Ewouts hoofd is een plek waar het niet prettig vertoeven is. Lukt het je echter om daarin mee te gaan, je er niet aan te storen, maar je er juist helemaal in onder te dompelen, dan heb je met De hoogstapelaar een gouden boek te pakken.

Het boek is overigens deel 3 in wat een 4-delige cyclus over Ewouts leven moet worden. De eerdere twee delen publiceerde Te Gussinklo al in de jaren ’80 en ’90. Deel 4 werkt hij momenteel aan. Voorafgaand aan de leesclub had nog niemand eerder iets van hem gelezen. Hier gaat ongetwijfeld verandering in komen, voor sommigen dan. Want, zoals een van de aanwezigen verkondigde: ‘Ik wou dat ik dit boek 20 jaar geleden gelezen had.’ De zo jubelende recensenten bleken allen de eerdere delen al gelezen te hebben. Vermoedelijk helpt dat richting een positief oordeel. Of, wat ook mogelijk is, na al die jaren zijn de enige recensenten die Te Gussinklo nog lezen alleen nog zijn ware fans. Hoe dan ook, een intrigerende schrijver is hij zeker, hij wordt wel een ‘literaire heremiet’ genoemd en heeft in de loop der jaren een klein, eigenzinnig oeuvre bij elkaar geschreven.
Een ideaal cadeauboek is De hoogstapelaar daarmee niet, dat moge duidelijk zijn. Zoekt u echter een roman in de geest van Gerard Reve en Dostojevski, een roman die past in de traditie van De avonden, Terug tot Ina Damman en The catcher in the rye en houdt u van een literaire uitdaging, dan is dit misschien het boek voor u. En anders kunt u het er altijd nog over hebben in een leesclub.

Wessel te Gussinklo – De hoogstapelaar
Koppernik, 2019
376 pagina’s

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *