Doop

Gisteren ben ik gedoopt. Over een paar dagen trouwen we in een Roemeens Orthodoxe kerk en dit kan alleen als beide partijen gedoopt zijn. Protestants of katholiek was ook goed geweest, maar aangezien ik tot op heden nog nooit gedoopt ben moesten we dit nog regelen. Aldus geschiedde. Je maakt gewoon een afspraak met de priester. Dopen? Hartstikke goed, kom over twee dagen maar terug.
Wat heb je hiervoor nodig? Een geboorteakte en peetouders. Dat ik weinig Roemeens spreek bleek geen probleem. Het lukte ook als ik niks zei. Wel moest ik veel kruistekens maken (dit doet men van boven naar onder en van rechts naar links, met duim, middelvinger en wijsvinger), maar dat leer je gauw genoeg. Als ik mijn peetmoeder (tevens mijn aanstaande schoonzus) iets zag doen naast mij begon ik dit prompt na te doen. Ook de twee priesters die mij doopten gaven af en toe hints voor de vereiste bewegingen. Er werd op verheven toon voorgelezen uit de Bijbel, met een soort voorzanger die als echo fungeerde. Enkele andere kerkgangers waren ondertussen aan de zijkant van de kerk neergestreken en keken geïnteresseerd toe. Soms liep iemand met een boogje om ons heen om achterin de kerk een icoon te kussen.
Na een tijdje moest mijn overhemd open, zodat ik op mijn hoofd en mijn borst besprenkeld kon worden met olie. Ik werd meegetroond naar het doopvont en knielde ervoor. De tweede priester gooide water over mij heen (ik hoefde gelukkig niet ondergedompeld) met zijn hand en een soort kwast. Met druipende haren kwam ik weer overeind. Hand in hand met de twee priesters en mijn peetmoeder deden we een rondedans om het doopvont en de nabijgelegen tafel. Peetmoeder en ik mochten ons weer opstellen voor de tafel. Overhemd dicht en de priester weer aan het woord. Peetmoeder onderging nu een soort overhoring. Of ze wel echt geloofde waarschijnlijk. Vervolgens werd ik weer toegesproken en toegezongen. Mijn doopnaam werd Peter Petre. Mijn tweede naam Peter vonden ze zo fantastisch – ‘Ah, Sint Peter, mooi!’ – dat ze die maar meteen verdubbelden.
Nu moest ik heel veel kussen. De Bijbel, een kruis dat erop lag, maar ook alle iconen verderop in de kerk (zeker tien). Dit alles uiteraard vergezeld door de nodige kruistekens. Ook de kamer van de priester mocht ik in, waar ik de vier hoeken van de tafel moest kussen. De tweede priester, wiens werk er nu op zat, plofte ondertussen neer op een stoel en trok zijn mobieltje uit zijn zak. Weer terug voorin de kerk kreeg ik van de eerste priester een doopcertificaat met keurig mijn nieuwe naam Peter Petre erop. Hij verwelkomde mij in zijn kerk en vroeg of ik nog vaak langs zou komen. Ik mompelde wat ten antwoord. Buiten scheen de zon en keek een stel oude mannetjes op een bankje ons ietwat spottend aan. De drukte in de grote straat ging onverminderd door.

Facebooktwitterlinkedinmail

Leave a Reply