In het hof van Argeş

Artikel voor Donau magazine

Het heeft hier al weken niet geregend. Alleen de vogels wagen zich in de zon, die zonder medelijden de stad geselt. De mensen blijven angstvallig in de schaduw. Gelukkig zijn de bomen heilig. De onderste helft van de stammen zijn witgeschilderd. De bladeren van de lindebomen bieden een paar meter bescherming tegen de meedogenloze zon. Als je slim van stam naar stam schuifelt kun je veilig van de ene kant van de stad naar de andere komen. Volg de boulevard die als een mes door het hart van de stad snijdt.

Aan de kop van de boulevard word je welkom geheten door Basarab I, een voivod (heerser) die hier in de Middeleeuwen zijn zetel had. Deze Basarab en zijn dynastie regeerden van de 14e tot de 16e eeuw over Walachije, het zuiden van het huidige Roemenië. Curtea de Argeş was een tijdlang de hoofdstad van dit vorstendom. Aan de andere kant van de Karpaten bevond zich het meestal aan Hongarije gelieerde vorstendom Transsylvanië. Naar deze Middeleeuwse heersers is de boulevard trots vernoemd: Bulevardul Basarabilor.

De prachtige witte kloosterkerk, gebouwd begin 16e eeuw

We zijn hier in de provincie Argeş, midden in Roemenië. De Karpaten beginnen iets ten noorden, de hoofdstad Boekarest ligt in het zuidoosten. Naar het roemruchte verleden heeft deze stad zijn naam ontleend: Curtea de Argeş, oftewel Hof van Argeş. Tegenwoordig is het een wat suffige provinciestad, maar iedere Roemeen kent het uit de schoolboeken. Aan het andere uiteinde van de twee kilometer lange boulevard ligt namelijk het vermaarde klooster van Curtea de Argeş met zijn in schitterend witte stenen gebouwde kloosterkerk. Voivod Neagoe Basarab verkondigde begin 16e eeuw de bouw van deze kerk. Binnenin bevinden zich de graven van de belangrijkste Basarabs.

‘We hebben bestaan… we bestaan… en we zullen bestaan’. Werk van Emil Ivănescu-Milan, 1944. (Muzeul Municipal Curtea de Argeş)
De graven van Koning Ferdinand I (koning van 1914-1927) en zijn echtgenote Marie in de kloosterkerk

Aan het eind van de 19e eeuw vond de jonge, in 1862 uitgeroepen Roemeense staat dat ze in navolging van veel andere Europese landen ook een koning nodig had. Na eeuwenlang deel uit te hebben gemaakt van het Ottomaanse Rijk – weliswaar met tamelijk grote zelfstandigheid – was het tijd voor een groter nationaal zelfbewustzijn, en daar hoorde een koning bij. De Roemeense regeringsleiders gingen met de hoed in de hand langs bij enkele vermaarde koningshuizen in Europa en vonden de Duitse prins Karl von Hohenzollern bereid om deze schone taak op zich te nemen. In 1881 werd hij gekroond tot koning Carol I van Roemenië.

Na de Eerste Wereldoorlog en het voor Oostenrijk-Hongarije desastreus uitgepakte Verdrag van Trianon werd ook Transsylvanië aan het koninkrijk Roemenië toegevoegd en kreeg het land min of meer zijn huidige vorm. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de fascistische IJzeren Garde van Ion Antonescu de macht over van koning Carol II. Carols minderjarige zoon Mihai werd op de troon geschoven als koning Mihai I, maar was niet meer dan een stroman voor Antonescu. Toen in 1947 de communisten op hun beurt de macht grepen viel het doek definitief voor de Hohenzollerns. Ook de Hohenzollern-koningen van Roemenië wensten bij het klooster van Curtea de Argeş begraven te worden, tot en met de op hoge leeftijd overleden oud-koning Mihai, die enkele jaren geleden met veel ceremonie hier is bijgezet. De stad noemt zich daarom trots Oraş Regal, oftewel koninklijke stad.

De ingang van het kloosterterrein met links voivod Neagoe Basarab en rechts de pasgebouwde nieuwe kerk

Uit alle hoeken van het land komen mensen dit klooster bezoeken. Uit Timiş en Bihor in het westen, Satu Mare en Maramureş in het noorden, Galaţi en Constanţa in het oosten en Călăraşi en Boekarest in het zuiden. Je zit het aan de nummerborden op de parkeerplaats. Men steekt zijn neus in de kloosterkerk, loopt een rondje onder de bomen in het kloosterpark, struikelt over wat jonge Orthodoxe priesters in opleiding en vergaapt zich aan de zojuist opgeleverde, protserige nieuwe kerk naast de ingang. De Orthodoxe kerk boert uitstekend in dit land. Nieuwe kerken schieten overal als paddenstoelen uit de grond.

Ook de waterbron die op een kleine afstand van de kloosterkerk is te vinden trekt veel bezoekers. De mythe wil dat het klooster niet gebouwd kon worden zonder een menselijk offer. De bouwmeester van het klooster, meester Manole, wordt gedwongen om zijn zwangere vrouw Ana in te metselen tussen de stenen. Wanhopig stort Manole zich uiteindelijk te pletter van een van de torens. Precies op het punt waar hij neerkomt ontstaat een bron. Dit vormt een van de bekendste verhalen uit de Roemeense mythologie en staat centraal in het eeuwenoude gedicht ‘Monastirea Argeșului’ (Het Klooster van Argeș). Misschien dat vanwege deze mythe jonge paartjes uit de stad ’s avonds graag de bankjes in het kloosterpark een bezoekje brengen? De Roemeense toeristen wachten de avond niet af. Die eten wat gekruide worstjes buiten de poort, kopen nog een koelkastmagneet met de kloosterkerk erop voor thuis en stappen weer in de auto. Direct ten noorden van Curtea de Argeş ligt namelijk dat waar de meeste toeristen eigenlijk op af komen: het begin van de legendarische Transfăgărăşan.

De mythische bron van bouwmeester Manole wordt nog steeds gebruikt

Dit is een van de mooiste autoroutes ter wereld. Deze weg, die dwars over de Karpaten loopt tot op de drempel van Transsylvanië, was een prestigeproject van Roemenië’s grote communistische roerganger Nicolae Ceauşescu. Kosten nog moeite werden gespaard en binnen vier jaar was de vervaarlijk slingerende bergweg uit de grond gestampt. Dit paradepaardje is sindsdien altijd in trek geweest bij de trotse Roemenen, maar trekt ook volop internationale toeristen, zeker na een geheel aan de Transfăgărăşan gewijde aflevering van het Britse autoprogramma Top Gear. Het moet gezegd, de weg vereist weliswaar stalen zenuwen van de chauffeur (in vangrails is niet uitgebreid geïnvesteerd), maar beloont de bestuurder die dit aandurft ruimschoots met prachtige uitzichten. Let wel, de Transfăgărăşan is meestal alleen in juli en augustus geopend. Zodra de eerste sneeuw in de bergen valt gaat de weg dicht. Wat oudere Roemenen verzuchten vaak dat het land een prestatie van zulk formaat in zo’n korte tijd anno nu nooit meer voor elkaar zou krijgen. Dat waren nog eens tijden, is de impliciete boodschap.

Rijden op eenzame hoogte over de Transfăgărăşan

Niet alleen de wegen herinneren nog aan dit zwarte hoofdstuk uit de Roemeense geschiedenis, overal in de stad leeft en ademt men nog het communisme. De oudere gebouwen van Curtea de Argeş liggen vrijwel allemaal aan de Bulevardul Basarabilor, maar daaromheen is de stad in de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw flink uitgedijd. Er werd een hoop eigen industrie uit de grond gestampt en, omdat voorbehoedsmiddelen onder het communistische regime officieel waren verboden, moesten al die arbeiders en hun grote gezinnen ergens gehuisvest worden. Overal rondom de boulevard verschenen de communistische apartementenblokken met modelwoningen voor de arbeiders. Die blokken staan er nog steeds, tegenwoordig meestal van een vrolijk kleurtje voorzien, maar soms nauwelijks gerenoveerd sinds die tijd. Ook de arbeiders van toen wonen er nog steeds, al zijn hun kinderen grotendeels uitgevlogen, naar de grote stad of naar het buitenland. De toenmalige arbeiders kunnen vanwege hun schamele pensioentjes vaak geen kant op. Als ze geluk hebben sturen hun kinderen hen wat geld toe en keren ze terug naar de dorpen rondom de stad waar ze destijds vandaan zijn getrokken. Veel van de oudere bewoners van de blocs hangen echter het grootste deel van de dag rond op een bankje of bij een van de kleine café’s in de buurt. Als iemand weer wat lei op de bank heeft staan is er geld voor een rondje koffie. Kletsen kan altijd, geld of geen geld.

Karakteristieke Roemeense apartementenblokken. Links van een kleurtje voorzien, rechts in originele staat.

De industrie in Curtea de Argeş is allang niet meer wat het ooit voorstelde en werk is er tegenwoordig een stuk schaarser dan in de communistische tijd. Duitse bedrijven als Dr. Oetker, Fuchs en Steinel zijn inmiddels de grootste werkgevers, maar een grote Franse confectieproducent sloot onlangs zijn fabriek in de stad. Weer een aantal tientallen mensen die op zoek moeten naar werk. Oost-Europa biedt nog steeds goedkope arbeidskrachten, maar in het Verre Oosten kan alles simpelweg nog veel goedkoper. Bijna iedereen in de stad heeft wel een broer, zus, oom of tante die ergens in het buitenland woont en werkt. Italië en Spanje zijn het populairst vanwege de vergelijkbare talen, maar Duitsland is de laatste jaren in opkomst. Tegelijkertijd is dit een grote, onzekere stap. Uitbuiting ligt op de loer, met name in de landbouwsector. De goedkope Italiaanse tomaten uit blik worden meestal geproduceerd met behulp van onderbetaalde Roemeense arbeidskrachten. Niet vreemd dat niet iedereen zo’n buitenlands avontuur zomaar aandurft.

De Bulevardul Basarabilor met zijn witgeschilderde lindebomen.

Een hoop jonge Roemenen blijven hun stad trouw en proberen er op hun beurt een bestaan op te bouwen. Al flanerend over de boulevard – het favoriete tijdverdrijf in de stad – kom je de nodige ouders met jonge kinderen tegen. In de jaren ’80 was er voor het laatst een grote babyboom, maar ook de laatste tien jaar worden er weer veel kinderen geboren. De kinderen van toen krijgen nu zelf kinderen. Of die kinderen op hun beurt weer uit zullen vliegen naar de grote stad of het verre buitenland zal afhangen of er tegen die tijd nog werk te vinden zal zijn. Over het algemeen hebben de Roemenen een vrij defaitistische houding ten opzichte van de toekomst. God of de – per definitie onbetrouwbare – regering bepalen hun lot en de gewone mensen hebben zich daar maar in te schikken.

Bezoeker in gesprek met de priester voor de iconostase in de kloosterkerk.
Populaire speeltuin aan de boulevard

De burgemeester heeft verkondigd dat Curtea de Argeş opgestoten moet worden in de vaart der volkeren. De gekoesterde boulevard wordt van nieuwe stoepen voorzien en krijgt aan beide zijden fietspaden – ‘4000 meter fietspad!’. Niet dat mensen hier fietsen. Het meest gekoesterde bezit van de Roemeen is zijn auto. Traditioneel een Dacia, maar tegenwoordig net zo vaak een Volkswagen of Skoda. Als je het ook maar enigszins gemaakt hebt rij je in een BMW, Audi of Mercedes, met uit Turkije geïmporteerde manele-muziek luidkeels uit de boxen schallend. De burgemeester maakt ongetwijfeld goede sier met zijn fietsenplan. De meeste mensen in de stad halen echter zoals gebruikelijk hun schouders op. Misschien dat de kinderen die nu nog in kinderwagens langs de boulevard gereden worden straks de fietspaden zullen bevolken.

Voor komend weekend is onweer voorspeld. Aan de voet van de bergen ten noorden van de stad wordt het ene na het andere berenalarm afgegeven. Het is 35 graden in de schaduw. Een typische zomer in het hof van Argeş.

In 1600 verenigde Mihai Viteazul (Michaël de Dappere) de drie vorstendommen Walachije, Moldavië en Transsylvanië voor even in één verenigd Roemenië

Geraadpleegde bronnen:

-Djuvara, Neagu. A Brief Illustrated History of Romanians. Boekarest: Humanitas, 2014.
-Ballade ‘Monastirea Argeșului’
-Muzeul Municipal Curtea de Argeș

Lees hier het oorspronkelijke artikel op Donau

Facebooktwitterlinkedinmail

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *