De Verkiezing

16 november moet een belangrijke dag worden. We stemmen, voor de tweede keer in twee weken. Vorige keer was het een zooitje. Wachten, wachten en nog eens wachten. Een formulier dat kon aantonen dat je het bij één stem zou laten en niet door zou vliegen naar Londen of Parijs voor een volgende stem. Gedoe. Een hoop gedoe, maar het was voldoende. We mogen nog een keer. Vandaag is de dag. We kiezen tussen een rooie en een blauwe. Blauw is de betere, dat spreekt voor zich, maar weet de rest dat ook?
De opkomst is alvast goed te noemen. Het normaal zo gele Statenkwartier ziet ineens wit van de nummerborden. B, GL, TM, HD, AG, ze zijn er allemaal. In groepjes van vier of vijf stromen ze toe. Veel sigaretten, veel paraplu’s. Gelukkig is er koffie deze keer. Er zijn tenten, verwarmingsapparaten, vrijwilligers. Dit begint ergens op te lijken. Het formulier hebben we nu maar alvast ingevuld, schrijvend op elkaars rug. Mag ik mijn pen terug? Onze aanhang blijft buiten. Stugge, lange mannen met brede paraplu’s. Ze zeggen weinig. Toch voelen we ons gesteund. We duiken de tenten in. Orde moet er zijn, voordringers worden onverbiddelijk naar het begin van de rij gestuurd. De ambassadeur is een vrouw. Ook zij steekt een handje toe.
We komen dichterbij ons doel, gestaag schuifelend. Nu niet aarzelen. Blauw, blauw, vooruit nu. Zelfverzekerd gaan we op het juiste hokje af. Inkleuren, opvouwen en weg ermee. Maak plaats voor de volgende. Met de hete adem vol ongeduld schuifelt de massa ons de tenten uit. Wij willen er ook bij. Buiten staan de lange, stugge mannen ons op te wachten met de paraplu’s. Het zal de hele dag nog blijven regenen.

Facebooktwitterlinkedinmail

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *