Olga Tokarczuk – De rustelozen & Jaag je ploeg over de botten van de doden

Met de Kennemer Leesclub lazen we De rustelozen van Olga Tokarczuk. Deze Poolse schrijfster won vorig jaar de Nobelprijs voor Literatuur voor het jaar 2018 (nadat de prijs een jaar niet was uitgereikt vanwege een schandaal bij het Zweedse Nobelcomité) en sindsdien staat haar werk volop in de aandacht, ook in Nederland. Zo verscheen er een Nederlandse vertaling van haar ambitieuze historische roman De Jacobsboeken en kwam er een nieuwe uitgave van haar bekendste boek De rustelozen (oorspronkelijk verschenen in 2007). Met de Engelse vertaling van De rustelozen, getiteld Flights, won Tokarczuk in 2018 de prestigieuze Man Booker International Prize. Het boek wordt gezien als haar meesterwerk, dus dat leek ons de geschiktste kandidaat voor de leesclub. Slechts een van ons had al eerder iets van haar gelezen, voor de rest begonnen we allemaal blanco.

Het zou een gedenkwaardige leesclub worden. De rustelozen is namelijk een zeer rijk boek, qua stijl én qua inhoud. Zo’n boek waar veel verschillende lagen uit op te diepen vallen. Zo’n boek ook wat je óf briljant vindt óf niet; als je heel eerlijk bent zit er niks tussenin. En zoals dat gaat met dit soort boeken, de helft van ons zat in het briljant-kamp, de andere helft overduidelijk niet. Ik blijf dit proces fascinerend vinden. We lezen toch allemaal hetzelfde boek zou je zeggen. En briljant is briljant. Niet dus, absoluut niet. Waar de ene lezer handenvol mooie zinnen uit het boek opslaat in haar telefoon, komt een ander er simpelweg nooit in en strandt gefrustreerd na 60 pagina’s. Kortom, een ideaal leesclubboek, want discussie gegarandeerd.

Maar wat is De rustelozen dan voor boek? Vooraleerst is het een pittig boek. Het is een mozaïekroman waarin een stuk of twaalf, dertien verschillende verhaallijnen voorkomen, spelend over de hele wereld, in heden en verleden. Het is best wel puzzelen voor de lezer om uit te vogelen waar je je op dat moment bevindt. Tussen de langere verhalen in staan namelijk vele kleine stukken, soms van één alinea, soms van een paar pagina’s (116 in totaal las ik ergens bij iemand die zo geduldig is geweest om ze allemaal te tellen). Deze kleinere stukken bevatten fragmenten, gedachten, anekdotes, die lezen als essays, historische analyses of losse verhalen. Van tevoren weet je niet of je in zo’n korter fragment terecht bent gekomen of in één van de langere verhalen. Ook zijn er een aantal illustraties van historische kaarten door het boek heen afgebeeld. Die zullen ook wel een functie hebben, toch?

Doorlezen dus maar, het zal allemaal wel duidelijk worden, zo werkt het uiteindelijk bij dit soort boeken. In je hoofd ga je vanzelf verbanden leggen. Het is leuk om te merken hoe we dit haast onbewust meteen doen. OK, fragmentarisch dus, dit boek wil vast iets zeggen over de tijd waarin we leven: een snelle, rusteloze (titel, check!), fragmentarische tijd.

Reizen is duidelijk een belangrijk thema. Zo is er een jonge Poolse man, die op vakantie op een Kroatisch eiland zijn vrouw en zoontje een aantal dagen kwijtraakt en daardoor langzaam zijn greep op de werkelijkheid verliest. Ook volgen we een vrouw in Moskou die in een klein appartement voor haar gehandicapte zoon zorgt. Ze voelt zich verstikt en vlucht de stad in, waar ze eindeloos rondjes in de metro blijft rijden, op zoek naar iets van rust. Dit zijn mensen die op zoek zijn, mensen in beweging, die behoefte hebben aan een nieuw ijkpunt maar dat nog niet gevonden lijken te hebben.

Maar dan gaat het ook vaak over anatomie, over opgezette dieren en mensen. Hoe moeten we dat duiden? Zo is er een schrijfster die de hele wereld over reist om musea en rariteitenkabinetten te bezoeken. Ze is gefascineerd door geconserveerde lichamen en organen, curiosa die ooit door enthousiaste wetenschappers zijn bewaard en tentoongesteld. Dan lezen we een verhaal over een 18e-eeuwse wetenschapper met een geamputeerd been. Hij kan geen afscheid nemen van zijn been, zorgt dat het geconserveerd wordt en zet het in zijn kamer. Hij tekent een (nog altijd beroemde) anatomische atlas en leidt aan een onverklaarbare pijn. Fantoompijn weten wij, maar dat begrip bestond nog niet in de 18e eeuw.

Sommige mensen zoeken naar andere landen en gebieden in de wereld die ze zien staan op een kaart. Anderen reizen juist naar binnen, in het eigen lichaam of dat van anderen. Mensen veranderen natuurlijk, worden ouder en gaan dood, maar misschien zijn de geconserveerde lichamen en ledematen die steeds terugkeren in het boek een poging om die onherroepelijke beweging van het leven tot stilstand te brengen, om er weer grip op te krijgen. Tokarczuk vergelijkt ergens een geplastificeerd menselijk lichaam (zoals in de beroemde tentoonstelling Body Worlds), waarin je alle aderen, pezen en spieren ziet zitten, met een kaart. Als iets goed is geprepareerd blijft het eeuwig goed, waarmee de mens als het ware een beetje voor god speelt. Misschien fascineert dit de schrijfster, want het wordt vaak gezegd dat een schrijver ook voor god speelt. Ook kun je zeggen dat Tokarczuk schrijft als een anatoom. Ze ontleedt mensen en plekken. Het opensnijden door de anatoom is een mooie metafoor voor wat zij doet als schrijfster.

Pas in tweede instantie valt je op hoe alle verhalen in De rustelozen in elkaar samen grijpen rondom deze thema’s. Een begrip dat ook vaker terugkeert is Kairos. Oorspronkelijk een onbeduidende Griekse god, maar het kan ook slaan op de zoektocht naar de juiste plek of het juiste moment. In het laatste langere verhaal, dat speelt op een cruiseschip dat langs de Griekse eilanden vaart, vertelt een gepensioneerde hoogleraar Klassieke Oudheid over Kairos aan de toeristen aan boord:

Zoals ook die Kairos, die altijd op het punt werkt waar de menselijke, lineaire tijd de goddelijke, cyclische tijd van de goden snijdt. En ook op het punt waar plaats en tijd elkaar snijden, op het moment dat voor heel even opengaat om plaats te bieden aan die ene, precieze, onherhaalbare mogelijkheid. Dit is het punt waar de van nergens naar nergens lopende rechte lijn heel kort de cirkel raakt. (p. 419)

Deze subtiele samenhang in De rustelozen deed me denken aan Cloud atlas van David Mitchell, ook een mozaïekroman waarin een aantal motieven door verschillende verhalen en tijden steeds terugkeren. Ook een pittig boek trouwens, waarin het de lezer zeker niet makkelijk wordt gemaakt. Dit soort boeken zijn ingenieuze uurwerken, met veel zorg en aandacht in elkaar gezet, waarin de lezer als een soort spoorzoeker z’n weg moet vinden en de verschillende stukjes bij elkaar moet puzzelen. Het leven is ook nooit rechtlijnig lijken deze schrijvers te zeggen, dus als wij een echte ‘slice of life’ met onze boeken willen laten zien zal het resultaat altijd fragmentarisch zijn. Dit zijn typische herleesboeken. Bij een eerste lezing valt er al veel uit te halen, maar nooit alles. Daarvoor kun je het boek nog eens ter hand nemen, en nog eens en nog eens. Telkens zullen je weer nieuwe dingen opvallen, dingen waar je de eerste keer waarschijnlijk overheen hebt gelezen, maar die nu pas hun ware betekenis loslaten.

Wat je ook heel goed kunt doen is een ander boek van dezelfde schrijver erbij pakken. Want, wederom net als David Mitchell, is Olga Tokarczuk zo’n schrijver die elke keer een totaal ander boek lijkt te schrijven. Ik noemde al De Jacobsboeken, een historische roman over 18e-eeuws Polen waar ik nu ook erg benieuwd naar geraakt ben. Ter voorbereiding op de leesclub las ik Jaag je ploeg over de botten van de doden, wat net in een Nederlandse vertaling is verschenen. Zoals gezegd, dit is een totaal ander boek dan De rustelozen. De uitgever noemt het een feministische ecothriller, een aparte omschrijving die me prikkelde. Het is veel meer een rechttoe-rechtaan verhaal, met één hoofdpersoon en één verhaal dat op één plek speelt in één tijd. Ik moet toegeven dat dit me best beviel na het gepuzzel van De rustelozen.

Jaag je ploeg over de botten van de doden is inderdaad een thriller, over een wat oudere vrouw in een afgelegen Pools dorpje bij wie verschillende leden van de lokale jachtvereniging dood worden aangetroffen in de omgeving. Als een soort Miss Marple raakt deze Janina betrokken bij het politieonderzoek. Maar een schrijfster als Tokarczuk zou hier natuurlijk nooit zomaar een simpele thriller van maken. Janina is een zeer interessante, originele hoofdpersoon. Omdat zij ook de verteller is zien we alles door haar ogen. Een tikkie apart is ze ook, in elk geval in de ogen van de rest van de gemeenschap. Ze leidt een teruggetrokken leven: ze houdt van de natuur, van astrologie en vertaalt de poëzie van William Blake (de titel van het boek is ook citaat van Blake). Ze voelt zich meer betrokken bij de dieren dan bij de mensen en kan het niet uitstaan dat veel mannen in de buurt het liefst met een geweer onschuldige dieren afknallen en in de pot stoppen, en daar dan nog trots op zijn ook.

Een excentrieke hoofdpersoon, een ‘quirky’ maar ook spannend verhaal, het levert een origineel en op een gekke manier meeslepend boek op. Absoluut een aanrader voor mensen die eens kennis willen maken met de boeken van deze tamelijk geniale Nobelprijswinnares. Ik ben blij dat ik dit boek ook gelezen heb, naast De rustelozen. Het is niet alleen een erg goed boek op zichzelf, maar het bood me ook weer een ander kijkje in de keuken van deze originele schrijfster. Ik kan nog niet zeggen dat ik Olga Tokarczuk al helemaal doorheb en dat zie ik als een goed teken. Dat betekent namelijk dat we nog meer van haar boeken zullen moeten lezen en da’s zeker geen straf.
Dat het schrijven van een roman trouwens wel een straf kan zijn beschrijft ze in dit geestige fragment uit De rustelozen, ter afsluiting:

Iedereen die ooit een roman heeft geprobeerd te schrijven weet wat voor moeilijke onderneming dit is, het is ongetwijfeld een van de slechtste vormen van zelfstandig ondernemerschap. Je moet de hele tijd binnen blijven, in een eenpersoonscel, in absolute eenzaamheid. Het is een gecontroleerde vorm van psychose, paranoia en obsessie, die gedwongen worden te werken, die het daarom zonder veren, ruches en Venetiaanse maskers moeten stellen, waarvan we ze kennen, en eerder in slagersschort en rubberen laarzen en met een weimes in de hand verschijnen. (p. 19)


Olga Tokarczuk – De rustelozen
De Geus, 2011
Oorspronkelijke titel Bieguni, 2007
Vertaald uit het Pools door Greet Pauwelijn
448 pagina’s

Olga Tokarczuk – Jaag je ploeg over de botten van de doden
De Geus, 2020
Oorspronkelijke titel Prowadź swój pług przez kości umarłych, 2009
Vertaald uit het Pools door Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra
304 pagina’s

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *