Mircea Eliade – Diary of a short-sighted adolescent

Quizvraag: Hoeveel Roemeense schrijvers kunt u opnoemen, Nederlandse lezer? Eugène Ionesco? Ah natuurlijk, absurdisme, theater, De stoelen, De neushoorn, De kale sopraan. Hij schreef wel in het Frans, maar OK. Herta Müller dan? Zeker, Nobelprijs voor de Literatuur, Ademschommel, Hartedier, mooie boeken, moeilijk ook. Ze schrijft wel in het Duits. O ja, klopt. Emil Cioran? Leest iemand die nog? Hmm, geen idee. Schreef ook in het Frans trouwens. Damn, OK. Mircea Cărtărescu? Ja, heel goed, twee punten! Max Blecher, Mihail Sebastian? Jazeker, Joods-Roemeense schrijvers, jaren ’20, ’30. Sinds tweeduizend jaar, indrukwekkende roman van Sebastian over opkomend antisemitisme in de jaren ’20, recent nog vertaald in het Nederlands; goeie. En Mircea Eliade? Ook een bekende, daar zullen best wat Nederlandse lezers wel eens van gehoord hebben.

Ik zelf las van Eliade al eerder Aan het hof van Dionis, De Mântuleasa-straat en Jeugd zonder jeugd, dat ook verfilmd is door Francis Ford Coppola. Vaak surrealistische verhalen, soms wat lastig te volgen, maar zeker sfeervol, spelend in een haast romantisch Boekarest dat er al lang niet meer is. Verder is Eliade misschien nog wel het bekendst door zijn werken over de geschiedenis van religie en yoga, bijvoorbeeld Het heilige en het profane.

In Boekarest ga ik altijd even snuffelen in de grote Humanitas-boekhandel, om te zien of er nog interessante boeken zijn verschenen voor de niet-Roemeense lezer. Zo vond ik daar de laatste keer de Engelse vertaling van Eliade’s Romanul adolescentului miop (Roman van een bijziende jongeman). Een boek dat Eliade schreef op zijn zeventiende, nooit publiceerde en dat na zijn dood in 1986 opdook uit een la. Het wordt wel de Roemeense Adrian Mole genoemd en dat is een treffende omschrijving. Net als The secret diary of Adrian Mole, aged 13 3/4 van Sue Townsend (met verschillende vervolgen waarin Adrian steeds ouder wordt. Van harte aanbevolen.) is Diary of a short-sighted adolescent geschreven als het dagboek van een puberjongen. De jongen in kwestie is hier wel iets ouder: zeventien jaar. En ook de humor uit Adrian Mole is hier minder nadrukkelijk aanwezig.

Eliade’s boek is duidelijk autobiografisch. Zijn hoofdpersoon zit op de middelbare school in het Boekarest van begin jaren ’20. Het is een zorgeloze tijd. De Eerste Wereldoorlog lijkt al weer ver weg en de Tweede Wereldoorlog die wij al haast aan de verre horizon voelen liggen heeft vanzelfsprekend nog niemand weet van. De hoofdpersoon en zijn vrienden zijn voornamelijk bezig met toetsen op school, hun lastige docenten en de leuke meisjes die ze overal om zich heen zien, maar die hun helaas maar al te vaak totaal over het hoofd zien. Ze proberen zich zo volwassen en wijs mogelijk voor te doen om hun vrienden en met name de meisjes te imponeren. In hun hoofd zijn ze allang flierefluitende studenten aan de universiteit, maar eerst moeten ze zich nog zien te bevrijden van hun strenge middelbare school.

Genoeg om over te tobben, kortom, en dan is onze hoofdpersoon ook nog eens een klein, onooglijk mannetje met een bril. Dat helpt natuurlijk niet. Gelukkig is hij wel razendslim. Hij leest zich ongans; literatuur, geschiedenis, filosofie, alles wat los en vast zit. 150 boeken per jaar, naar eigen zeggen. Ook publiceert hij al artikelen in een enigszins obscuur, maar zeer intellectueel tijdschrift. Je kunt hierin al de latere beroemde schrijver en wetenschapper Eliade herkennen. Ondertussen probeert hij de mensen te imponeren door de ‘Roman van een bijziende jongeman’ te schrijven. Een verpletterend meesterwerk moet het worden, een boek waardoor de hele wereld hem in één klap zal zien staan. Om alvast wat te oefenen voor dit meesterwerk begint hij een dagboek: het dagboek dat wij aan het lezen zijn.

My attic is the same as ever: quiet, lonely, sad. I’m going to write The Novel of the Short-Sighted Adolescent. But I’ll write it as if I’m writing the author’s Diary. My book won’t be a novel. It’s the only way of capturing reality, both natural and dramatic at once. (p. 190)

Ik vond de sfeer van Boekarest in het interbellum erg prettig om in te vertoeven. Helaas (zou ik bijna willen zeggen) zit je ondertussen opgesloten in het hoofd van een tamelijk irritante, obsessieve, navelstaarderige 17-jarige, wat een aanzienlijk deel van het boek lastig te verteren maakt. Ik had dezelfde ergernis onlangs ook al bij De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Wat mij betreft zit er wat meer lucht in een boek, hoewel ik denk dat beide boeken de getroebleerde binnenwereld van een 17-jarige jongen zeer raak hebben getroffen. Knap, zeker als je bedenkt dat Eliade zelf net zo oud was als zijn hoofdpersoon toen hij dit schreef.

Als ik zelf weer een keer door het Cișmigiu-park in het centrum van Boekarest wandel zal ik zeker terugdenken aan Eliade en zijn bijziende jongeman, die hier regelmatig met zijn vrienden komt flaneren. Boekarest is honderd jaar later haast onherkenbaar veranderd, maar in dit mooie park hangt nog precies dezelfde verkoelende sfeer als toen. Je ziet de Roemeense Titaantjes zonder moeite voor je, opscheppend op hun bankje en lonkend naar de voorbijlopende meisjes.

Mircea Eliade – Diary of a short-sighted adolescent
Istros Books, 2016
Oorspronkelijke titel Romanul adolescentului miop, 1989
Herziene vertaling uit het Roemeens door Christopher Moncrieff, op basis van een eerdere vertaling door Christopher Bartholomew
208 pagina’s

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *