San Bos – Je moet wat

Ik voel de reacties van mensen al voordat ik ze zie, zoals een spin de trilling van een vlieg gewaarwordt voor hij het web raakt. Ik ben dik – niet gewoon dik, maar weerzinwekkend, choquerend dik. Daarom mag ik aangestaard worden, uitgefloten en nageroepen. Ik zou van alles kunnen zeggen over hun haargrenzen, rimpelkoppen of haakneuzen, maar daar kijkt niemand voor om.
Dikke mensen zijn gezellig. Ik niet. (p.89)

Zo, dat personage staat. In een paar zinnen zie je haar voor je, niet aaibaar, maar wel duidelijk. Don’t mess with me, spreekt hieruit. We zitten aan het begin van ‘Snackcorner Mus’, een kort verhaal uit de verhalenbundel Je moet wat van San Bos. Een verhalenbundel die ik met plezier heb gelezen de afgelopen tijd. Tijdens de Boekenweek vorige maand (dit voelt al weer als een eeuwigheid geleden, maar het is toch echt pas drie weken) las zij me een verhaal voor in de Haarlemse boekhandel Gillissen & Co. Op die zaterdagmiddag hield ze korte voorleessessies met klanten, soms privé, soms met een paar mensen. Een sympathiek en geslaagd concept, zo’n intieme sessie. Je voelt je als toehoorder uitverkoren en bevoorrecht; ze leest speciaal voor mij, wow!

Het toeval wilde dat ik ook van San Bos als eens eerder een verhaal had gelezen in de verzamelbundel voor Nederland Leest, samengesteld door A.L. Snijders (zie mijn bespreking van L.H. Wiener van vorige week): het hierboven genoemde ‘Snackcorner Mus’. Geïnspireerd door de Boekenweek was ik benieuwd geraakt naar de rest van Je moet wat, haar debuut en enige boek tot nu toe.

De verhalen van San Bos doen me denken aan die van Roald Dahl, met hun vaak wat macabere twist op het eind. Ook Sanneke van Hassel moest ik aan denken, vanwege de personages die je zelf op straat waarschijnlijk nauwelijks zouden opvallen, maar die in het korte bestek van een verhaal toch heel tastbaar voor je opdoemen. De meeste verhalen in Je moet wat tellen maar zo’n vijf pagina’s, wat ook in de wereld van het korte verhaal best aan de korte kant is. Knap lastig dus voor een schrijver om dan toch iets over het voetlicht te brengen, iets wat echt voelt, met voldoende spanning en verhaal om door te willen lezen. Bos zet meestal in een paar zinnen iemand neer die je voor je ziet. Ze bevinden zich in herkenbare situaties, in de auto, in het park, op hun werk of in een winkel. Dan komen ze iets of iemand tegen die een conflict of reactie oproept (plot! spanning!).

Bos doseert haar informatie voor de lezer knap. Voldoende om steeds door te willen lezen, maar mondjesmaat, zodat je pas op het eind ziet wat zich eigenlijk al die tijd al voor je neus afspeelde. Vaak snap je tijdens het verhaal niet helemaal hoe iets precies zit, maar raak je wel geïntrigeerd. Op het eind blijk je vakkundig op het verkeerde been gezet te zijn en word je geconfronteerd met je eigen aannames. Leuk om te merken wat je zelf, bij gebrek aan informatie, al invult in je hoofd. Zo dacht ik een heel verhaal lang met een mannelijke ik-figuur van doen te hebben, maar bleek dit toch echt een vrouw te zijn. Zie daar mijn gekleurde, mannelijke blik als lezer.

Vaak weet Bos al in het begin van een verhaal een bepaalde sfeer op te roepen. Iets waardoor je op het puntje van je stoel zit; je voelt ‘hier gaat iets gebeuren’ of ‘dit gaat niet goed’. Bijvoorbeeld in één van de beste verhalen, ‘Vlaamse pepers’. Als in een verhaal met zo’n titel een man in een winkel met olijfolie en pepers een sexy Vlaamse tegen het lijf loopt en zij hem nauwelijks verholen avances maakt en laat weten dat ze wel van ‘pittig’ houdt, dan voorvoel je wel iets. Ik zal het verdere verloop van dit verhaal niet verklappen, want ja, hier gaat inderdaad iets gebeuren, maar wat precies vormt nu juist de kern van het leesplezier.

Dit doet denken aan het gevoel dat ik altijd ervaar aan het eind van een boek van Agatha Christie: goh, dit had ik toch niet zien aankomen. Heeft ze me toch weer te pakken gehad. Toegegeven, het lukt Bos niet om me met elk verhaal op dat ‘plekje’ te krijgen. In die zin is een verhalenbundel net als een plaat of CD, sommige nummers blijven je echt bij en andere maken het geheel af, maar dienen soms ook meer ter afwisseling. De echt goeie verhalen uit Je moet wat – het al genoemde ‘Snackcorner Mus’ en ‘Vlaamse pepers’, maar ook ‘Klein Naturalis’, ‘Lichtval’ en ‘Wiener Melange’ – zijn echter al ruim voldoende reden om deze bundel te lezen. Mijn tip is om zeker ook een paar verhalen te herlezen. Dan ken je de twist tenslotte al en kun je er beter op letten hoe Bos haar verhalen opbouwt. Zo haal je er leesplezier uit met het uitvogelen van de plot en steek je er ook verhaal-technisch het nodige van op.

Tijdens de voorleessessie in boekhandel Gillissen & Co. vertelde San Bos dat ze bezig is nieuwe verhalen te schrijven. Dat klinkt hoopgevend. Ga daar vooral mee door, San, zou ik willen zeggen. Dan zien we elkaar bij een volgende bundel vast weer.

San Bos – Je moet wat
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015
112 pagina’s

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *