(Zomerlezen #2)

From Seville we drove south, in the direction of the sea. We found a small mountain village called Vejer de la Frontera, one of the white villages Andalucia is famous for. The addition 'de la Frontera' you meet a lot around there. It recalls the time when the area formed the border of the Spanish kingdom and fortified towns like Vejer were guarding the frontier.
Despite that somewhat grim-sounding past Vejer is actually a very beautiful place, with narrow, winding streets that can bring you up to the hilltop-castle or to hidden churches and little squares. The Spanish make it a point of honour to drive their dented cars all the way up the hill, even if it requires going back and forth ten times to round a tight corner; walking is for tourists.
Nothing wrong with being a tourist, though. You can escape the ever-windy lanes of Vejer and rest at the beaches of Los Caños de Meca or Conil de la Frontera. For my first real beach book of this holiday I'd selected Ian McEwan's latest,
The children act. A terrible choice in hindsight, to be honest. To be at the beach the whole day, blocking out the sun with your book, but mainly staring at the same page for most of the time seems like an unnecessary waste of effort. Fortunately, back in our Vejer appartment I was able to make better progress.
The trouble with
The children act is, not only is it not a beach book, I don't think it's a summer book at all. The cover already looks quite bleak, during most of the scenes it seems to rain constantly and the story is hardly cheerful. A middle-aged woman judge has to decide whether or not an underage teenager with a deadly but treatable disease should be forced to take treatment when he refuses to do so for religious reasons. The judge is a highly analytical workaholic, one of the best judges in her field of family law, but she doesn't excel on the emotional level, whereas the boy is an intelligent, charming young adult who plays music and writes poetry. Together they form an interesting pair of antagonists.
Back in the moderate climate of Holland I still struggle with
The children act. Such a well-structured, thoughtful book, that doesn't forget to tell an exciting story as well, and yet it still leaves me cold somehow. Was it the wrong time and the wrong place to read it? Certainly. Or was it something I noticed before in some of McEwan's books: they can be expertly crafted works of art, but they don't breathe enough, they stay distant and don't drag me in the way I would like to. I can't help but see The children act for the tight, well-tuned piece of clockwork that McEwan made it to be.
Still, making such a moral story into a gripping little novel is quite an extraordinary achievement.
The children act constantly asks the question 'What is the right thing to do?' and, thereby, forces you to think about what you would do in the same circumstances. You'll have to think on an intellectual ánd on an emphatic level to come to grips with this book and, since we each do so in our own personal way, talking about The children act with other people is highly recommended. Perhaps I'm just the wrong reader for this one, too young to care for the judge's predicaments and too old to have enough patience with the boy's teenage dramatics. Or, perhaps I enjoyed the next book on our holiday too much.

5 August 2015

Vintage Books, 2015
Originally published in 2014
216 pages

Nederlandse editie: De kinderwet, De Harmonie, 2014. Vertaald door Rien Verhoef. 







Comments

(Zomerlezen #1)

Op vakantie naar Spanje; Sevilla, Andalusië, de warmte tegemoet. Minder dan twee weken zouden we gaan, dus heel veel boeken mee hoefde niet. Bovendien, we komen altijd met meer boeken thuis dan we mee vertrokken zijn en Sevilla bleek een echte boekhandels-stad. Je zou kunnen zeggen, hoe minder je meeneemt, hoe belangrijker het wordt wat je wél meeneemt. Die minimale bagage moet dan wel kwaliteit hebben. Niet te moeilijk of zwaar, want vakantie, zon, ontspanning, et cetera. Maar ook geen niemendalletjes, want daar hou ik niet van. Een eeuwig terugkerend zomerdilemma dit, het oplossen waarvan ik stiekem wel geniet.
Het openingsboek werd deze zomer Tsjik van Wolfgang Herrndorf en het weerstond de druk glansrijk. Hier had ik ook op gehoopt, want ik kende het boek al een beetje. Vorig jaar was ik aan Tsjik begonnen in het Duits en tot ongeveer een derde gekomen. Hoewel de geestelijke worsteling van het lezen in een andere taal dan mijn gebruikelijke leestalen Nederlands en Engels mij wel beviel, werd dit toch overtroefd door mijn ongeduld; het schoot niet op en dat irriteerde me. Zeker omdat Tsjik juist een heerlijk vlot en lekker boek is. Daar moet je niet ploeterend doorheen, vijf woorden opzoekend per pagina, maar je laten meevoeren door de flow die Herrndorf zijn verhaal zo goed heeft weten mee te geven.
Toch maar Nederlands dus, en waarom ook niet, het boek is uitstekend vertaald. Gewoon weer opnieuw beginnen en nu schoot ik er ineens doorheen. Het is een prettig gek verhaal over de schuchtere Berlijnse jongen Maik die per ongeluk bevriend raakt met zijn Russische klasgenoot Andrej Tsjichatsjow, zeg maar Tsjik. Het is de grote zomervakantie in Duitsland (hoe toepasselijk) en Tsjik stelt voor om een reisje te maken in een aftandse Lada die hij heeft weten te jatten. Hij wil naar Walachije rijden, maar begrijpt niet helemaal dat dat in Duitse oren klinkt alsof hij een ritje naar Timboektoe voorstelt (overigens is Walachije gewoon de oude naam voor zuid-Roemenië, alwaar ik regelmatig verblijf, maar Maik ziet dit anders).
Tsjik weet Maik toch zover te krijgen en zo begint hun roadtrip door Duitsland, richting het oosten of het zuiden of iets in die richting. Het enige probleem is dat Tsjik en Maik allebei pas veertien zijn en Tsjik nog niet zo veel ervaring als bestuurder heeft, laat staan een rijbewijs. Een 'recipe for disaster' zou je denken, maar ze brengen het er nog aardig vanaf. Ze ontmoeten interessante mensen en komen op aparte plekken in Duitsland. Walachije bereiken ze niet, want het gaat natuurlijk een keer mis. Toch hebben Maik en Tsjik een leukere zomer dan hun klasgenoten.
Tsjik is een origineel boek, dat door Herrndorfs geestige en taalrijke schrijfstijl een onweerstaanbare vaart krijgt. Ideaal om de vakantie mee af te trappen, voor eenieder vanaf pak 'm beet zestien jaar die wel houdt van een gek verhaal.

26 Juli 2015

Cossee, 2011
Oorspronkelijke titel Tschick, 2010
Vertaald uit het Duits door Pauline de Bok
256 pagina's 






Comments

(Zomerlezen 5)

Dimitri Verhulst schrijft volgend jaar het Boekenweekgeschenk. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft de aimabele Belgische schrijver bereid gevonden deze trotse taak op zich te nemen. Gelukkig maar, want ik vermoed dat ik het boekje met veel genoegen tot mij zal nemen als de tijd zover is. Ik heb namelijk eindelijk een van zijn boeken weten te lezen. Niet dat ik het hiervóór wel geprobeerd had, maar was gestrand; ik was er nog nooit aan toegekomen.

Ik ben gelijk maar met de bekendste Verhulst begonnen, De helaasheid der dingen, hoewel De laatkomer van afgelopen jaar ook een kanshebber was. 57 drukken gingen er aan mijn editie van De helaasheid al vooraf; dit boek uit 2006 is echt een moderne klassieker geworden en prijkt tegenwoordig op veel literatuurlijsten van scholieren. Terecht, want dit boek bruist van taal en leven. Verhulst speelt met het Nederlands en beheerst het ritme en de timing van de beste verhalenverteller in het café. Hij weet wanneer het tijd is voor een uitweiding of een geslaagde punchline. Soms is het schrijnend, soms is het grof, vaker is het plat of vunzig.

De helaasheid der dingen
gaat over het leven op het Vlaamse platteland in al zijn drek; Verhulst spaart niemand. Maar wat een hilarische toestanden weet hij uit die ellende te slepen! Zijn slampampende nonkels die meest laveloos de dagen doorkomen. In de stijl van de Tour de France organiseren zij een meerdaagse zuipwedstrijd, inclusief cols en tussensprints.
Of, als de vader van de pasgeboren Dimitri zijn zoon uit het door nonnen gerunde Moederhuis wil meenemen, om hem op zijn fiets door het dorp te tronen, krijgt hij het aan de stok met zuster Philomène: ‘Als ge zelf kinderen wilt om baas over te spelen moet ge uw kap over de haag smijten en uw rok uitdoen, de rest zal vanzelf komen.’ (p. 175)

Die Verhulst die kan het, daar ben ik na De helaasheid der dingen van overtuigd. Hij kán het niet alleen, hij móet ook wel, lijkt het. Er zit een enorme drang achter zijn schrijven, een vertellust die voorlopig nog niet gebotvierd is. Wat heet, voordat in maart 2015 zijn Boekenweekgeschenk zal verschijnen is er al weer een nieuwe Verhulst waar wij ons op kunnen verheugen. Kaddisj voor een kut gaat het heten. Klinkt bizar, maar van de schrijver van Godverdomse dagen op een godverdomse bol en De intrede van Christus in Brussel verwacht ik niets minder.

14 Augustus 2014

Olympus, 2013
Oorspronkelijk verschenen in 2006
207 pagina's







Comments

(Zomerlezen 4)

We zijn weer in eigen land, maar de vakantie gaat door. Op het eigen terras leest het ook beter dan op een plein in Lissabon. Bovendien speelt het volgende zomerleesboek zich voor het grootste deel af in Toscane, waar mijn voortkabbelende vakantiegevoel zich al gauw thuisvoelt. Een kamer in Rome is een literaire speurdersroman, een beetje in het straatje van Joost de Vries en Valeria Luiselli, maar minder modern en zelfbewust ironisch. Sipko Melissen lijkt iets minder bezig te zijn met vorm; hij wil zijn lezers uitdagen met de inhoud van zijn boek.

Een Nederlandse student Literatuurwetenschap krijgt een novelle in handen van een onbekende schrijver. Het boek is 25 jaar daarvoor in eigen beheer uitgegeven en onopgemerkt gebleven. De schrijver blijkt een Nederlandse kunstenaar die sinds lange tijd in Italië woont. De student besluit de schrijver te gaan zoeken in Italië en hem, indien mogelijk, te proberen over te halen de novelle te herdrukken. Hij is ervan overtuigd dat dit kleine meesterwerk een groter publiek verdient.

Kortom, alle ingrediënten voor een literaire zoektocht zijn aanwezig: obscure schrijver, een onbekende maar briljante tekst, een idealistische jonge speurder, een romantische Toscaanse locatie. Daarbij worden er interessante parallellen getrokken met andere schrijvers die ooit zijn uitgeweken naar het buitenland: Nabokov, Joyce en Oscar Wilde. De belangrijkste exil-schrijver in Een kamer in Rome is naar alle waarschijnlijkheid John Keats, de Engelse Romantische dichter die op 25-jarige leeftijd aan tuberculose stierf in Rome. Bij leven onbekend, maar na zijn dood een van de meestgevierde Engelse dichters ooit. Keats belichaamt veel van de belangrijkste thema’s in het boek: gebrek aan erkenning in het thuisland, exil, ziekte, de zoektocht naar schoonheid, de liefde voor Italië en al dan niet onderdrukte homoseksualiteit.

Een kamer in Rome
is niet het soort boek waarin alles op het eind perfect samenkomt en duidelijk wordt. De lezer én de jonge hoofdpersoon blijven met flink wat vragen zitten. De student - die overigens in veel interesses overeenkomt met mijzelf - is met name veel over zichzelf te weten gekomen en heeft zijn ontluikende schrijfambities weten te omarmen. Wij hebben een rijk verhaal te lezen gekregen, dat door de vele verwijzingen naar literatuur en schrijvers, Melissens prettige stijl én de Italiaanse achtergrond uitermate geschikt is als zomerboek. Herlees John Keats’ “Ode on a Grecian Urn” nog eens en laat het vakantiegevoel nog even voortduren.

Thou still unravish'd bride of quietness,
    Thou foster-child of silence and slow time,
Sylvan historian, who canst thus express
    A flowery tale more sweetly than our rhyme:
What leaf-fring'd legend haunt about thy shape
    Of deities or mortals, or of both,
        In Tempe or the dales of Arcady?
    What men or gods are these?  What maidens loth?
What mad pursuit?  What struggle to escape?
        What pipes and timbrels?  What wild ecstasy?

Heard melodies are sweet, but those unheard
    Are sweeter: therefore, ye soft pipes, play on;
Not to the sensual ear, but, more endear'd,
    Pipe to the spirit ditties of no tone:
Fair youth, beneath the trees, thou canst not leave
    Thy song, nor ever can those trees be bare;
        Bold lover, never, never canst thou kiss,
Though winning near the goal - yet, do not grieve;
        She cannot fade, though thou hast not thy bliss,
    For ever wilt thou love, and she be fair!

Ah, happy, happy boughs! that cannot shed
    Your leaves, nor ever bid the spring adieu;
And, happy melodist, unwearied,
    For ever piping songs for ever new;
More happy love! more happy, happy love!
    For ever warm and still to be enjoy'd,
        For ever panting, and for ever young;
All breathing human passion far above,
    That leaves a heart high-sorrowful and cloy'd,
        A burning forehead, and a parching tongue.

Who are these coming to the sacrifice?
    To what green altar, O mysterious priest,
Lead'st thou that heifer lowing at the skies,
    And all her silken flanks with garlands drest?
What little town by river or sea shore,
    Or mountain-built with peaceful citadel,
        Is emptied of this folk, this pious morn?
And, little town, thy streets for evermore
    Will silent be; and not a soul to tell
        Why thou art desolate, can e'er return.

O Attic shape!  Fair attitude! with brede
    Of marble men and maidens overwrought,
With forest branches and the trodden weed;
    Thou, silent form, dost tease us out of thought
As doth eternity: Cold Pastoral!
    When old age shall this generation waste,
        Thou shalt remain, in midst of other woe
    Than ours, a friend to man, to whom thou say'st,
"Beauty is truth, truth beauty," - that is all
        Ye know on earth, and all ye need to know. (1819)

27 Juli 2014

Van Oorschot, 2013
Oorspronkelijk verschenen in 2012
264 pagina's











Comments

(Zomerlezen 3)

Ooit kocht Franca Treur dit boek bij mij. Sindsdien wilde ik het het lezen, zo gaat dat soms. Het boek had toen een verschrikkelijk zijig filmomslag. Hij zijige was dan wel op zijn plaats, maar ik kijk liever tegen de vlinder aan die de uitgever er nu op heeft gezet.
Eigenlijk stond ik al met De barbaren in mijn hand, dat andere beroemde boek van Alessandro Baricco. Toen zag ik Zijde ernaast staan. Bij twijfel ga ik altijd voor het dunnere boek. Dat was in dit geval ook handiger voor op reis. Het boek is met mij door Portugal getrokken en nu, ergens in het luchtruim boven de Kanaaleilanden (we vliegen om, want de Franse vluchtleiders staken) sla ik het dicht. Om me heen hoor ik nog Portugees, gelukkig. De vrouw naast me leest Patricia Cornwell.

Zijde is een verhaal over Fransen en liefde, dat verklaart het zijige filmomslag en de bijbehorende doelgroep die daarbij bedacht is. Hoewel ik me bewust ben van het verschil tussen het beeld wat ik graag van mezelf heb en dat wat waarschijnlijk dichter bij de werkelijkheid ligt, kan ik hopelijk met enig vertrouwen zeggen dat ik niet tot die doelgroep behoor. Desondanks raakte ik meteen geboeid door Baricco’s prettig ouderwetse vertelling. Hier is een man die ervoor gaat zitten om een verhaal te vertellen. In zeer korte hoofdstukjes (dit deed het hem voor mij denk ik) vertelt Baricco zijn geschiedenis van een handelaar in zijderupsen. Een bedaagd, ordelijk leven dat verstoord wordt als hij voor zijn werk naar Japan reist. Zijde is een liefdesgeschiedenis, dat liet zich al raden. Over verlangen naar het onbereikbare en wat je daardoor kwijtraakt. Baricco houdt de touwtjes strak in handen en bezorgde me met zijn novelle een aangename vlucht. De Nederlandse kust komt al in zicht. Zo dadelijk gaan we landen.

27 Juli 2014

De Bezige Bij, 2013
Oorspronkelijke titel Seta, 1996
Vertaald uit het Italiaans door Manon Smits
96 pagina's





Comments

(Zomerlezen 2)

From Ponte de Barca we followed the Rio Lima to the northeast. At the border with Spain the river cuts through the huge Parque Nacional de Peneda-Gerês. We stayed in a little house overlooking the castle of Lindoso, surrounded by a field of espigueiros, stone granaries that give you a slightly eerie feeling – perhaps it’s the crosses on top that remind you of a graveyard. Every morning our landlady Maria hung a bag of fresh breads at the door. The rest of the day was for hiking and reading.

Here I started my second book of the holiday, Compartment No. 6 by Rosa Liksom. A different book L. had chosen to take, along with John Berger’s To the wedding. It’s a travel story, but a quirky one: a young Finnish girl travels on the Trans Siberia Express from Moscow to Ulan Bator in Mongolia. The book is almost completely set on this train, in the girl’s compartment no. 6. She shares this compartment with one man and their dialogue forms most of the action. Monologue might be a better word though, as the man does most of the talking. The man is of the male chauvinist pig type, a foul-mouthed middle aged Russian who, before he has introduced himself as Vadim Nikolayevich Ivanov, drily remarks to the girl ‘So it’s just the two of us. The shining rails carrying us to God’s refrigerator’ (p. 3).

The girl is in for a long ride. The man just begins talking, about his past sexual conquests, about his rotten marriage, about former jobs, army life, the state of Russia (it’s the 1980’s, so we’re still in the USSR), fights and booze-ups. Things get wilder and dirtier as the man drinks more of the wodka he has brought along, until he passes out. This is more or less the cycle of the interactions in compartment no. 6. The girl hardly speaks; she observes. Sometimes what she sees through the window is as ugly as the man’s stories – grey cities, generic building blocks, crumbling industry, dilapidated village huts – and sometimes it is beautiful. The harsh beauty of the Russian countryside, lots of snow and lots of trees, serves as a welcome contrast.

Interestingly, and enhancing the play-like feel of the book, we don’t get to know what the girl thinks. We read what she sees, hears and smells, but we never enter her thoughts. An occasional flashbacks helps to form a picture of her; her relationship in Moscow has gone sour and this train trip might be an escape from that. This narrative structure – all dialogue and observation, no psychology – makes it a cold-blooded book; almost like the author has wiggled a glass jar with snow and a moving train in it and is peering through one of the train windows to see what’s going on inside.

By the time the train reaches Mongolia we left the mountains behind, our car too, and found ourselves back in Lisbon. The city was getting ready for the match between Brazil and Cameroon. It was time I finished this wintery tale and rejoin the Portuguese summer.

14 July 2014

Serpent's Tail, 2014
Original title Hytti Nro. 6, 2011
Translated from the Finnish by Lola Rogers
181 pages






Comments

(Zomerlezen 1)

Het eerste boek in de reeks Zomerlezen dit jaar werd er een van Cees Nooteboom. Een auteur die zich vorig jaar voor mij bewezen had met de geslaagde novelle Het volgende verhaal. Ik zag dat de man een heel aantal boeken van vergelijkbare lengte had geschreven en dacht dat pleit voor hem. Er zouden meer Nootebooms volgen. Voor deze vakantie koos ik Paradijs verloren, omdat dat veelbelovend begint in een vliegtuig. Toepasselijk om mee te beginnen wanneer ons vliegtuig richting Portugal zou opstijgen. Zo’n eerste vakantieboek moet aan veel voorwaarden voldoen. Het moet zeker niet te moeilijk of literair zijn; je begint aan een reis en dan moet je je niet al te zwaar concentreren. Het moet ook geen pulp zijn; het moet je wel prikkelen, zodat je in de juiste gemoedstoestand de vakantie begint.

Cees Nooteboom weet op een aangename manier het literaire met leesbaarheid te verenigen en doet dat, zoals gezegd, over het algemeen in prettig korte boeken. Aan het begin van Paradijs verloren staat het bondig verwoord: ‘Het is een dun boek, daar houd ik van. Van Calvino moeten boeken kort zijn, daar heeft hij zich meestal aan gehouden’ (p. 13). Desondanks ging het boek best een aantal dagen mee.

In een mooie stad als Porto ga je niet te veel met je neus in de boeken zitten. Met de trein van Lissabon daarnaartoe echter duurt ruim drie uur en dat is dan wel weer geschikte leestijd. Vanuit Porto ging het verder met de trein naar het noorden, naar Braga. Daar huurden we een auto en reden verder noordwaarts, om in een klein provinciestadje, Ponte de Barca genaamd (barca betekent boot, dus dat moest goed zijn), een paar dagen te blijven hangen. Nederland speelde die dag tegen Australië, maar voordat ik me installeerde in een lokaal café met televisiescherm lagen we, lezend en wel, op het rivierstrandje van Ponte de Barca.

Dat paradijs uit de titel is helemaal niet zo lastig te vinden dacht ik, maar de twee hoofdpersonen in het boek moeten er veel moeite voor doen. Een Braziliaanse zoekt na een traumatische ervaring in de favela haar heil bij de Aboriginals in Australië. Ze is gefascineerd door de tradities van de Aboriginals die zo mooi in Bruce Chatwins The Songlines zijn beschreven, door dromingen en reusachtige oerwezens. Voor een Australisch kunstproject is ze bereid gedurende een paar dagen een engel te spelen, op een geheime locatie in de stad. Een Nederlander vindt haar en voelt zich zowel gelouterd als geobsedeerd door deze hemelse verschijning. Ze verliezen elkaar uit het oog, tot de Nederlander haar terugziet in een Oostenrijks kuuroord. Ligt er geluk voor hen weggelegd of zullen ze de rest van hun leven moeten ronddolen, in de hoop elkaar nog eens terug te zien? In een interessante parallel met John Miltons Paradise lost suggereert Nooteboom dat de man en vrouw, gelijk Adam en Eva, weliswaar verbannen zijn uit het paradijs, maar dat ze uiteindelijk wel altijd elkaar zullen hebben.
Genoeg stof tot nadenken, maar niet lang... Het voetbal lonkt.

10 Juli 2014

De Bezige Bij, 2011
Oorspronkelijk verschenen, 2004
160 pagina's




Comments
 

reading now


Categories