Peter van Dongen is, samen met Joost Swarte, de hedendaagse meester van de klare lijn. Dit is de tekenstijl die bekend is geworden door de Kuifje-strips van Hergé. Realistisch, helder, toegankelijk en ogenschijnlijk simpel om te tekenen. Dat simpele valt trouwens wel tegen volgens mij; kijk alleen maar naar het aantal jaren dat het Peter van Dongen kost om een van zijn boeken te maken. Hoe dan ook, ik hou wel van die klare lijn geloof ik en dus ook van het werk van Van Dongen.

Zijn getekende versie van Familieziek van Adriaan van Dis beviel me goed en, aangewakkerd door Alfred Birney’s De tolk van Java, wilde ik nog wel een keer terug naar Indonesië. Gelukkig was er net een nieuwe versie verschenen van Van Dongens eerdere twee boeken over Indonesië, samen gebundeld en voor het eerst ingekleurd onder de titel Rampokan.
Dit boek vertelt het verhaal van een Nederlandse soldaat genaamd Johan Knevel die naar Nederlands-Indië wordt gezonden tijdens de Politionele Acties. Hoewel Johan in Indië is opgegroeid heeft hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland gezeten en daarom kijkt hij vol verwachting uit naar de terugkeer in het paradijselijke land uit zijn jeugd.

Door de avontuurlijk-realistische tekenstijl van Van Dongen en doordat de blonde Johan Knevel ook wel iets wegheeft van Kuifje verwacht je eerst nog eventjes een soort Kuifje in Indonesië te gaan lezen. Maar Van Dongen maakt snel duidelijk dat je daarvoor bij hem aan het verkeerde adres bent. Niks geen blijmoedig avontuur, waarin iedereen kan zien wie goed is en wie slecht. Dat is het ‘m juist, als er één ding duidelijk is over de periode van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd is het het morele drijfzand waarin iedereen verkeert. De Nederlandse militairen denken dat ze met hun superieure wapens en techniek hun Indië wel even zullen zuiveren van dat terroristische gespuis. Zij zijn goed en die ‘ploppers’, zoals zij de Indonesische vrijheidsstrijders noemen, zijn slecht; da’s logisch. Het dubieuze is alleen dat de Nederlanders zich al gauw ook als een stel terroristen gaan gedragen. Dorpen worden platgebrand en men kijkt niet op een doodgeschoten Indonesiër meer of minder.
In dit gewelddadige moeras wordt Johan Knevel gekatapulteerd. Hij wil zijn oude baboe zien te vinden en houdt er daarmee net als veel van zijn kameraden een eigen agenda op na. Zijn zoektocht brengt hem in Boek 1 op Java en in Boek 2 op Celebes, maar het paradijs uit zijn kindertijd krijgt hij er niet mee terug.

Peter van Dongen zet het contrast tussen dat paradijselijke van Indonesië – met al z’n geuren, kleuren en natuur – en de gruwelen van deze onoverzichtelijke periode bijzonder fraai neer. Door de ‘Kuifje-stijl’ heb je erg de neiging met Johan mee te willen leven als de held van het verhaal, maar gaandeweg kom je erachter dat er aan elk personage in Rampokan wel een zwart randje zit, ook aan Johan. Dit maakt het een mooi, maar tegelijkertijd ook best zwaar boek om te lezen. Van Dongen dwingt je met zijn vele lagen in het verhaal tot langzaam lezen en dat is maar goed ook. Dit is geen graphic novel die je in twee uurtjes uit hebt. Daardoor kun je langer genieten van al het moois dat Van Dongen voor ons tekent en word je er des te meer van doordrongen dat oorlog nooit een simpel avonturenverhaal is.

De kleurrijke, sfeervolle tekenstijl van Peter van Dongen vormt een mooi contrast met de droge schrijfstijl van Yasushi Inoue. De grootste Japanse schrijver waarvan je nog nooit gehoord hebt, wordt Inoue wel genoemd. Jaren geleden las ik een boek van hem in het Engels, Tun-Huang. Een prettig originele historische roman waar ik goede herinneringen aan heb overgehouden. Ik was daarom erg blij toen ik hoorde dat de kleine uitgeverij Bananafish twee van Inoue’s novellen in het Nederlands ging vertalen.

Allereerst las ik Het jachtgeweer, een korte, elegant gecomponeerde raamvertelling. Dit is een liefdesgeschiedenis over één man en drie vrouwen en een dichter-verteller die het hele verhaal langzaam uit de doeken doet. De drie vrouwen komen een voor een aan het woord, elk in haar eigen stijl. Via het verhaal van de ene vrouw word je het verhaal van de andere vrouw ingetrokken en zo verder. Inoue heeft het verhaal knap in elkaar gestoken, alles wordt spaarzaam en onderkoeld verteld, waarbij je als lezer steeds precies genoeg krijgt voorgeschoteld om door te willen lezen. Ik heb dit boek de afgelopen tijd al aan verschillende mensen aanbevolen en dat wil ik hier graag nog een keer herhalen: lees Het jachtgeweer.
Je hebt het in een avondje uit, maar het verhaal blijft je bij. Juist omdat er weinig staat, krijgt wát er staat meer betekenis en weet Inoue er op ingenieuze wijze een universeel verhaal over de liefde van te maken. Dit klinkt hoogdravender dan ik het bedoel trouwens. Ik probeer eigenlijk alleen maar te zeggen dat ik het een mooi boek vond. Mooi om het verhaal en mooi door de manier waarop Inoue het vertelt.

Keurig volgens plan verscheen een paar maanden later de tweede vertaling van Inoue, Stierensumo. Een boek met dezelfde onderkoelde stijl als Het jachtgeweer, maar dit keer zit er ook een droogkomische kant aan het verhaal. De flaptekst vergelijkt Stierensumo met Kaas van Willem Elsschot, zowel qua verhaal als qua stijl. Een grappige vergelijking tussen een Japans en een Nederlandstalig boek, maar ik geloof dat ik ‘m wel snap. Beide boeken gaan over een tot mislukken gedoemde onderneming, iets was de hoofdpersonen pas merken als het te laat is.

In Stierensumo organiseert de jonge hoofdredacteur Tsugami een traditioneel Japans stierengevecht. Zijn krant ziet hier een goede publiciteitsstunt in en aan Tsugami de ondankbare taak om dit in goede banen te leiden. Het boek speelt vlak na de Tweede Wereldoorlog (ik lijk iets te hebben met die periode), in een nog grotendeels verwoest Japan. Interessant genoeg herkende ik er ook veel van onze tijd in. Door sociale druk en onrealistische verwachtingen gedwongen verzinkt Tsugami steeds verder in zijn opdracht, totdat hij als een soort zombie alleen nog maar met de stierensumo bezig is. Hij komt uiteindelijk niet met een burnout thuis te zitten, dat deed men niet in die tijd dunkt me, maar zijn relatie met zijn geliefde, Sakiko, komt er flink door onder druk te staan.

Inoue psychologiseert nergens in Stierensumo, hij beschrijft slechts de gebeurtenissen richting het toernooi en de handelingen van de personages. Door dat alles droog en simpel te vertellen geeft hij je als lezer de ruimte om zelf in de hoofden van de personages te kruipen. Wat op het eerste gezicht het verhaal van een mislukte onderneming lijkt, krijgt net als bij Het jachtgeweer gaandeweg veel meer allure. Dit doet me erg denken aan de boeken van Ernest Hemingway, die ook vond dat een schrijver lang niet alles moest vertellen, maar dat je juist veel aan de lezer zelf moest overlaten. Leuk om te zien dat Inoue diezelfde filosofie lijkt te hanteren in deze twee boeken. Ik hoop dat er nog meer van zijn boeken in het Nederlands zullen verschijnen.

Peter van Dongen - Rampokan
Dupuis, 2018
176 pagina's

Yasushi Inoue - Het jachtgeweer
Bananafish, 2018
Oorspronkelijke titel Ryoju, 1949
Vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven
64 pagina's

Yasushi Inoue - Stierensumo
Bananafish, 2018
Oorspronkelijke titel Togyu, 1949
Vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven
112 pagina's














Comments

Boeken lezen is net schaken. Soms ben je zo verzot op één pion (lees: schrijver) dat je steeds maar weer een stapje met datzelfde stuk zet om een volgend boek van die schrijver uit de kast te pakken. Vaak leidt het ene boek naar het andere, zodat je met een paardensprong naar een nieuwe schrijver springt die je aan de vorige doet denken. Of, als je er even helemaal klaar mee bent, steek je gewoon het hele bord over om bij een totaal ander genre of onderwerp uit te komen. Alles kan, alles mag, maar je stemming van het moment bepaalt uiteindelijk je leesstrategie.
Laten we eens kijken naar de boeken die ik de afgelopen twee maanden gelezen heb. Gewoon om te zien hoe ik van het ene naar het andere boek gehopt ben.

Begin november waren we op vakantie in Zuid-Portugal. Even een weekje ertussenuit om nog wat zonnestralen te vangen voor de donkere maanden echt beginnen. Het leek me realistisch om slechts drie boeken mee te nemen. De vakanties van tegenwoordig zijn tenslotte niet meer de vakanties van vroeger. Uiteindelijk heb ik me de hele week vermaakt met één van de drie boeken, wat langzaam las maar daardoor zeker niet minder leuk was: Life begins on Friday van Ioana Pârvulescu. Een aanwinst van onze vorige vakantie in Roemenië. Het is prettig als je af en toe een goed gesprek met je vrouw kunt hebben, dus toen ik in een boekhandel in Braşov zowaar een Engelse vertaling van Viața începe vineri zag liggen – een populaire Roemeense roman van een paar jaar geleden en een favoriet van mijn vrouw – moest ik die natuurlijk meenemen. Zodra ik niet meer in Roemenië ben zakt de noodzaak zo’n boek te lezen echter onherroepelijk weg, dus ik was erg trots op mezelf dat ik het bewuste boek meenam in de koffer naar Portugal. Life begins on Friday is het wonderlijke verhaal van een man uit onze tijd die in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw ineens terecht komt in het Boekarest van vlak voor 1900. Het boek is een vrolijke mozaïek-vertelling over allerlei kleurrijke personages uit de stad die Pârvulescu op ingenieuze wijze met elkaar verbindt. Van de krantenjongen tot de politiechef en van de redactie van de lokale krant tot de dokter en zijn gezin, iedereen reageert op zijn eigen wijze op die eigenaardige onbekende man die tot ieders verbazing over straat gaat zonder hoofddeksel, met een geheel geschoren gezicht en gekleed in rare gekleurde kleren. Om nog maar te zwijgen over z’n bijna niet te verstane accent. Een rare snuiter, dat is wel duidelijk, maar via hem komen alle personages wel nader tot elkaar. Life begins on Friday biedt een zeer origineel inkijkje in het Boekarest van ruim een eeuw geleden, nog voor de communistische bulldozers grote stukken van het oude centrum platsloegen, en aanstekelijk verteld door Pârvulescu.

Nu lijkt het haast alsof ik dit boek in één ruk heb uitgelezen, maar dat zou smokkelen zijn. De vakantie in Portugal was te kort om dit boek uit te krijgen en weer terug in Nederland had ik even behoefte aan iets anders tussendoor. Inmiddels heb ik ook de stripwinkel in Haarlem ontdekt, dus daarvandaan kwam ik thuis met twee aanwinsten: deel 1 van De Kennedy files van Erik Varekamp en Mick Peet en Familieziek van Peter van Dongen. Ik hou erg van strips als tussendoortjes. Hoewel ik niet echt een hele vaste stripsmaak heb moet het liefst wel iets historisch zijn en een beetje literair ook graag. De Kennedy files is een stripserie-in-de-maak over de beroemde familie Kennedy. Deel 1 is hiervan inmiddels verschenen en gaat over de pater familias, de vader van de latere president John F. Kennedy. Deze rijke Amerikaanse zakenman wordt in de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse ambassadeur in Engeland, alwaar hij zich te buiten gaat aan een luxeleventje met chique feestjes, veel drank en veel vrouwen. Allerlei bekende en vaak ook dubieuze figuren komen voorbij en het geheel leest als The Great Gatsby meets James Bond. Varekamp en Peet maakten eerder een stripserie over Prins Bernhard, Agent Orange. Gezien het succes daarvan is het eigenlijk best logisch dat ze als volgende onderwerp de Kennedy’s hebben genomen, want ze maken zeer vermakelijke én historisch goed doortimmerde strips rondom deze historische figuren.
Familieziek is een graphic novel van Peter van Dongen naar de roman van Adriaan van Dis. Van Dongen is een meester in de klare lijn-stijl van Hergé en Joost Swarte en omdat hij net als Van Dis een Indische achtergrond heeft was hij de aangewezen persoon om dit autobiografische verhaal over de jeugd van Van Dis te verstrippen. Na de Tweede Wereldoorlog komt het gezin Van Dis vanuit Nederlands-Indië in Nederland terecht. Adriaan is het nakomertje, vlak na de oorlog geboren, met drie oudere zussen boven zich. Het door de oorlog getekende gezin moet proberen te aarden in het Holland van de jaren vijftig. Het getreiter van de oudere zussen, de nostalgische moeder, de tyrannieke vader en het niet al te gastvrije grijze Holland in de na-oorlogse jaren, Van Dongen vertaalt alles zeer sfeervol naar beeld. Over alles hangt de beklemmende deken van een moeilijke jeugd en dan is er ook nog een mysterieus schaduwbroertje dat hier en daar opduikt in het verhaal, maar over wie nooit gesproken mag worden. Familieziek; mooi. Van Dongens eerdere tweeluik Rampokan, dat ook over Nederlands-Indië gaat, wil ik zeker ook nog een keer lezen.

Hierna ging het eventjes snel en las ik niet alleen alsnog Life begins on Friday uit, maar ook Sapiens van Yuval Noah Harari. Dat boek lag al ruim een jaar voor driekwart uitgelezen te wachten op het laatste zetje en nu was daar dan eindelijk het moment. Om in sporttermen te blijven, ik hoefde ‘m eigenlijk alleen nog maar in te koppen. Het blijft vreemd, het eerste stuk van het boek had ik met veel plezier gelezen. De hype rondom dit boek is wat mij betreft terecht, want ook ik vond het een fascinerend boek. Harari wil maar liefst de hele geschiedenis van de mensheid tot nu toe vertellen in één boek en weet daar wonderwel een tamelijk aanstekelijk geheel van te maken. Toch raakte ik ergens mijn lees-momentum kwijt en legde het boek weg. Gelukkig kon ik vrij gemakkelijk de draad weer oppakken en het laatste stuk alsnog uitlezen, zodat ook Harari een vinkje achter zijn naam kon krijgen. Dat lucht op.

Hierna gebeurde er een paar weken vrij weinig op boekengebied. De tijd rond Sinterklaas en richting Kerst is altijd vrij rommelig en druk, waardoor je weinig tijd overhoudt om te lezen. Om dan ineens in één weekend weer twee boeken uit te lezen. Eerst Heimat van Nora Krug. Een heel mooie ‘graphic memoir’ waar ik erg enthousiast over ben. Nora Krug woont al geruime tijd in de VS, maar is opgegroeid in Duitsland. Heimat – wat ze in het Engels heeft geschreven als Belonging. A German reckons with history and home – is een graphic novel waarin Krug terugkeert naar haar Heimat, naar Duitsland dus. Ze onderzoekt de geschiedenis van haar familie, van haar ouders die opgroeiden in de schuldbewuste jaren na de oorlog en van haar grootouders en hun oorlogsjaren. Heimat is een zoektocht naar Krugs familie, én veel meer dan dat. Via die zoektocht stelt ze ook allerlei vragen over afkomst, over het land en het gebied waar je vandaan komt. Mag je daar als Duitser wel trots op zijn, in het licht van de gruweldaden tijdens de Tweede Wereldoorlog? En hoe zit het met Krugs eigen familie? Waren al haar opa’s en oma’s, ooms en tantes wel onschuldig, of zitten er tussen haar familieleden ook daders? Gebruik makend van allerlei materiaal, brieven, foto’s en spullen van de vlooienmarkt heeft Krug hier een heel eigen, origineel boek van gemaakt. Het vertelt het verhaal van één Duitse familie, maar – en dat is het knappe – tegelijkertijd is het haar gelukt er een universeel verhaal van te maken over wat het betekent om bij een land en bij een familie te horen. Heel mooi en heel knap, misschien wel het mooiste boek dat ik dit jaar heb gelezen.

Gelijk door met wat anders, Wat is een boek? van Paul Dijstelberge. Vakliteratuur voor mij, absoluut, maar gelukkig ook gewoon een leerzaam en vermakelijk boek over – de titel zegt het al – de geschiedenis van het boek. Over letters, papier, drukpersen, schrijvers, uitgevers, boekhandels, zo’n beetje alles wat er over een boek als informatiedrager te vertellen valt. Lekker kort, informatief, met veel interessante plaatjes. Ook al is het maar 200 pagina’s, Wat is een boek? is typisch zo’n boek waar altijd wel weer wat leuks in staat wat je nog niet wist en wat je weer op weg naar andere boeken kan leiden. Een springplank-boek zullen we maar zeggen.

Jeugd, oorlog, Duitsland; via Heimat kwam ik in mijn hoofd al gauw uit bij een van mijn favoriete jeugdboeken van vroeger, Oorlog zonder vrienden van Evert Hartman. Met hetzelfde plezier als waarmee je soms oude films terug kunt kijken kun je ook oude kinderboeken herlezen. Heerlijk vind ik dat. Het enige criterium waar zo’n kinderboek aan moet voldoen is dat ik het ooit al een keer heb gelezen (of misschien wel meerdere keren) en dan is het goed. Even een nostalgie-vinkje zetten in je hoofd. Het leuke met zo’n boek als Oorlog zonder vrienden is, vaak weet je het verhaal nog wel zo’n beetje na te vertellen. De spanning zit ‘m dan eerder in ‘hoe ging dat nou ook al weer precies?’ En dan is het ook nog eens lekker leesbaar, want een kinderboek. Ideaal zo nu en dan.

Tussen Kerst en Oud en Nieuw gingen we naar Berlijn. Een goeie plek voor de feestdagen. Mijn boeken-missie daar: De tolk van Java van Alfred Birney uitlezen. Ook zo’n boek waar ik al een tijdje in bezig was. Geschiedenis, oorlog, Indonesië, het leek me helemaal mijn boek. Alleen, het is zo dik. Om mistige redenen heb ik een soort dikke-boeken-fobie ontwikkeld. Eigenlijk op niks gebaseerd, behalve op het feit dat je over dikke boeken soms nogal lang doet en dat mijn lees-momentum voor zo’n boek dan al weer verdampt is en dat dat stom is en..., nou ja, nergens op dus. Zoals met zoveel dingen is het slechts een kwestie van tijd en planning. En als je dan zo mooie week tussen Kerst en Oud en Nieuw vrij bent, dan past daar precies één zo’n dik boek in. De tolk van Java telt weliswaar vrij veel pagina’s, maar eigenlijk leest het als een trein. Het is een echt vertel-boek, waarin Birney het verhaal vertelt van zijn jeugd en de oorlogsjaren van zijn vader. Vader Birney groeit op in Nederlands-Indië als niet-erkende zoon van een Chinese moeder en een Nederlandse vader. Tijdens de Tweede Wereldoorlog strijdt hij tegen de Japanse bezetters, om na de oorlog als de Nederlandse machthebbers weer terugkeren om hun gezag te herstellen de kant te kiezen van de Nederlanders. Hij neemt dienst bij de Nederlandse mariniers en vecht tijdens de onafhankelijkheidsoorlog die daarop volgt tegen de Indonesische vrijheidsstrijders. Hij kiest partij voor de Nederlanders terwijl veel van zijn voormalige schoolvrienden juist kiezen voor de Indonesische kant. Terwijl zijn donkere huidskleur, zijn jeugd en achtergrond, eigenlijk alles hem juist verbindt met Indonesië, kiest hij voor het land van zijn vader die hem nooit erkend heeft. De Nederlandse strijdkrachten kunnen zijn kennis van de lokale talen goed gebruiken en zo wordt hij formeel ingezet als tolk. De lokale tolken vechten vanwege hun lokale kennis echter juist mee in de voorste linies, waardoor Birney sr. vele oorlogsgruwelen meemaakt en zelf ook veel slachtoffers maakt. Deze oorlogservaringen neemt hij met zich mee als hij na de onafhankelijkheid van Indonesië moet vluchten naar Nederland. Hij krijgt vijf kinderen met een Nederlandse vrouw, waarvan Alfred de oudste is. (interessante parallel met mijn eigen familie: mijn vader heet ook Alfred, is ook geboren in 1951, en zijn Nederlandse moeder is ook opgegroeid in Nederlands-Indië om na de Tweede Wereldoorlog en het Jappenkamp in Nederland een gezin te stichten. Hierna houden de vergelijkingen overigens wel op).
De door de oorlog getraumatiseerde vader maakt het leven van het gezin Birney tot een ware hel. Zijn frustraties en angsten botviert hij met name op de kinderen, waarbij de moeder meer en meer vlucht in huishoudelijke taken, televisie kijken en kettingroken. Als de Kinderbescherming na een paar jaar ingrijpt moet Alfred de rest van zijn jeugd in verschillende internaten doorbrengen. Zo werkt het verleden van de vader op gruwelijke wijze door in het leven van de kinderen en zadelt hij zijn gezin op met een vreselijke jeugd. In De tolk van Java rekent Birney op genadeloze wijze af met zijn beide ouders en deze jeugd. Daartussenin lees je in flashbacks het verhaal van de vader in Nederlands-Indië. Voorwaar geen lichte kost, maar zoals gezegd, Birney vertelt het allemaal op zo’n manier dat het haast wel licht leest. Hieraan kun je aflezen dat hij vele jaren aan dit boek gewerkt heeft. Niet alleen moest dit verhaal vertelt worden en zit er daardoor een enorme verteldrang achter, maar door al het gesleutel en geschrap is alleen het echt noodzakelijke blijven staan. Het boek telt weliswaar 550 pagina’s, maar dat voelt zeker niet als te veel. Je proeft dat er nog heel veel is weggelaten. Het resultaat is een intens boek, dat aangrijpend is, vaak spannend, heftig soms, maar altijd vaart houdt en dus zeer goed in balans is. Sommige stukken die vertellen over de nare gezinssituatie worden soms bijna te veel, maar dan wisselt Birney weer op het juiste moment van perspectief. Velen hebben dit boek Birney’s magnum opus genoemd en dat lijkt me een zeer juiste typering. Hij heeft tenslotte al dertien eerdere boeken op zijn naam staan, die tot dan toe zeer weinig lezers hebben bereikt. Nu komt alles ineens eruit in dit ene boek en zijn er al meer dan 100.000 exemplaren van De tolk van Java verkocht. Mooi hoe dat soms kan gaan. Mijn fascinatie met Nederlands-Indië is met dit boek enerzijds flink bevredigd, maar anderzijds misschien juist wel groter geworden. Ik wil hier zeker nog wel meer over gaan lezen en misschien ook nog wel meer van Alfred Birney, want voor een tot nu haast onbekende schrijver kan hij verdomd goed schrijven.

Roemenië, graphic novels, geschiedenis, oorlog, Duitsland, Indonesië. Dat zijn zo’n beetje de leesthema’s geweest van deze afgelopen maanden. Het ene boek brengt je op het andere, maar uiteindelijk kom ik vaak terug op een aantal interesses, genres en onderwerpen. Net zoals elke lezer waarschijnlijk. Al met al een goede oogst voor dit winterlezen-seizoen.

Ioana Pârvulescu - Life begins on Friday
Istros Books, 2016
Oorspronkelijke titel Viața începe vineri, 2009
Vertaald uit het Roemeens door Alistair Ian Blyth
268 pagina's

Erik Varekamp & Mick Peet - De Kennedy Files 1: De man die president wilde worden
Scratch Books, 2016
96 pagina's

Peter van Dongen - Familieziek - naar de roman van Adriaan van Dis
Scratch Books, 2017
128 pagina's

Yuval Noah Harari - Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid
Thomas Rap, 2016
Oorspronkelijke titel From Animals into Gods. A Brief History of Humankind, 2012
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
464 pagina's

Nora Krug - Heimat. Terug naar het land van herkomst
Balans, 2018
Oorspronkelijke titel Belonging. A german rekons with history and home, 2018
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
284 pagina's

Paul Dijstelberge - Wat is een boek? Een kleine geschiedenis
AUP, 2018
216 pagina's

Evert Hartman - Oorlog zonder vrienden
Lemniscaat, 2018
Oorspronkelijk verschenen 1979
252 pagina's

Alfred Birney - De tolk van Java
De Geus, 2017
544 pagina's



















Comments

Soms heb je een auteur waar je ineens alles van wilt lezen. Eén boek smaakt naar meer en voor je het weet zit je wekenlang een heel oeuvre bij elkaar te lezen. Zo had ik ooit een Philip Roth-fase, een Virginia Woolf-fase (hoewel, eerlijk toegegeven, dat lag aan een vak dat ik destijds volgde), om nog maar te zwijgen van de Harry Potter-fase. Ik weet zeker dat als ik Harry Potter and the Philosopher's stone erbij zou pakken, ik de hele serie zo weer van voren af aan zou gaan lezen. Heerlijk. Gelukkig liggen die boeken veilig opgeborgen.

Afgelopen november en december had ik ineens iets nieuws; geen auteur deze keer, maar een plek had mijn aandacht: de Wadden. Ik was begonnen in een Wadden-klassieker, Het raadsel van de Wadden van Erskine Childers. Een Engelse avonturenroman uit 1903 die, gezien het opvallende gebrek aan vaart en spanning, de tand des tijds niet zonder kleerscheuren is doorgekomen. Toch is het een fascinerend verhaal en nog waargebeurd ook. Twee Engelse jongens maken met hun zeilboot een pleziertocht door de Duitse Waddenzee en langs de Deense kust. Ze komen een Duits spionagecomplot op het spoor en moeten het uiterste van hun moed en zeemanschap eisen om die informatie veilig naar hun thuisland te krijgen. Nogmaals, zeer vlot leest Het raadsel van de Wadden zeker niet, maar door alle nautische wederwaardigheden en de originele locatie tussen de Duitse wadden-eilanden, raakte ik op een bepaalde manier toch geïnspireerd. Ik wilde verder over de Waddeneilanden lezen.

Ik liep al een tijd rond met het idee De Wadden van Mathijs Deen eens te lezen. Nu had ik het perfecte excuus. Een ideale samenloop van  omstandigheden, achteraf gezien, want De Wadden werd een van de beste boeken die ik het afgelopen jaar las. Vermakelijk, informatief en zeer goed van stijl; Mathijs Deen weet in het boek de perfecte balans te vinden tussen smakelijke anekdotes en een goed doortimmerd historisch verslag. De Wadden is het verhaal van het Waddengebied, eilanden en zee, van de Oudheid tot nu. Prettig om te lezen en, bovendien, zet het je onmiddelijk aan tot een eigen bezoek aan de Wadden.

Zo gezegd, gedaan. Een paar dagen in een huisje op Texel, en wie kun je dan beter meenemen dan de Texelse schrijver Nico Dros? Ook hij had een boek dat nog op mijn lijstje stond, een verhalenbundel deze keer, met de aparte titel Langzaam afbouwen op deze planeet. Zeer geschikte Texelse lectuur, hoewel Dros lang niet overal het niveau haalt van Oorlogsparadijs, zijn historische roman die ik enkele jaren geleden met veel plezier las. Het titelverhaal is me bijgebleven, maar het beste verhaal vond ik met afstand 'Twee dooilingen', wat tevens ook het langste verhaal uit de bundel vormt. Een mooi liefdesverhaal dat zich afspeelt op het zeventiende-eeuwse Texel, als De Koog nog Coogh heet en Den Burg Burgh. Zoals bij de meeste mooie liefdesverhalen loopt het triest af, waarbij de lezer uiteindelijk aan het langste eind trekt. Historisch lijkt Dros op zijn best. Dat past waarschijnlijk ook het beste bij zijn ietwat archaïsche Nederlands. Mij bevalt dat Nederlands van hem uitstekend, dus ik hoop dat hij dat weet vast te houden in de toekomst.

We verlieten Texel weer en daarmee kwam voorlopig een einde aan mijn Wadden-fase. Het is me goed bevallen, zowel qua lectuur als omgeving. Andere auteurs en onderwerpen verdringen zich spoedig om aandacht. Aan te lezen boeken is tenslotte nooit gebrek. Die Wadden zal ik echter spoedig naar terugkeren. Drie van de vijf was ik zelfs nog nooit.

25 Januari 2016

Erskine Childers - Het raadsel van de Wadden
Hollandia, 2014
Oorspronkelijke titel The riddle of the sands, 1903
Vertaald uit het Engels door N. Willems-Dirkmaat
304 pagina's

Mathijs Deen - De Wadden
Thomas Rap, 2015
Oorspronkelijk verschenen in 2013
336 pagina's

Nico Dros - Langzaam afbouwen op deze planeet
Van Oorschot, 2015
185 pagina's







Comments (2)

De Britse historicus Antony Beevor is op zijn best als hij over de Tweede Wereldoorlog schrijft. Zijn boeken vallen onder de noemer krijgshistorie. Zo schreef hij boeken over D-Day, de slag om Stalingrad en de val van Berlijn waarin hij de gave toonde een veldslag inzichtelijk te maken, van generaal tot gewone soldaat. Stuk voor stuk spannende boeken én informatief. Beevors nieuwste boek gaat over het Ardennenoffensief en, laat ik het eerlijk toegeven, ik keek er al een tijd naar uit.

In december 1944 besluit Hitler nog één keer een grootschalig offensief te starten aan het Westelijk front. Aan het Oostfront is het rustig. De Russen wachten op harde vorst om hun grootscheepse winteroffensief te kunnen starten. In het westen zijn de geallieerden tot aan de Siegfriedlinie opgetrokken en beraden ze zich over de beste manier om Duitsland in te trekken. De Duitse tegenstand is verzwakt en eigenlijk houdt niemand een grote Duitse tegenaanval voor mogelijk. De Amerikaanse verdediging van het Ardennengebied is daarom zwak en ontoereikend. Als het Duitse leger op 16 december 1944 haar offensief exact dáár plaatst heerst er al gauw paniek bij de verdedigers. De Duitsers slagen er in korte tijd in een hap uit het geallieerde gebied terug te veroveren. Er ontstaat een bulge in de geallieerde linie waardoor de Amerikanen spreken van de Battle of the Bulge.
Die winter is het exreem koud in West-Europa. Dagenlange sneeuwval, mist en temperaturen van 20 graden onder nul maken de omstandigheden voor beide partijen gruwelijk zwaar. De parachutisten van de Amerikaanse 101ste Luchtlandingsdivisie, nog niet bekomen van de tamelijk desastreus verlopen Operatie Market Garden in Nederland, worden in allerijl naar het bedreigde Bastogne gestuurd, zonder winteruitrusting of gepantserde versterking. De meedogenloze strijd om Bastogne kende ik van de HBO-serie Band of Brothers. Nu begrijp ik echter pas wat zich toen afspeelde in het hele gebied. Voor het overzicht – welke legeronderdelen staan tegenover elkaar, wie valt wie aan, waarlangs en met welk resultaat? – heb je een boek als dat van Beevor nodig.

Aan de hand van kaarten en gesprekken tussen de bevelhebbers maakt Beevor de strategie achter de strijd duidelijk, terwijl foto’s en ooggetuigenverslagen de ontberingen van de mannen in de schuttersputjes illustreren. Zoals deze Amerikaanse officier noteerde, na een zwaar artilleriebombardement: 'In de boomstammen boven onze schuttersputjes werden enorme japen geslagen, en overal om ons heen konden we het knakken van boomtoppen en zelfs takken horen terwijl de genadeloze stalen hagel door het bos joeg en sloeg. Steeds weer hoorden we de bange kreet van iemand die was geraakt, en toch konden we alleen maar in elkaar duiken in onze schuttersputjes, met de rug tegen de voorste muren, en hopen dat we geen voltreffer zouden krijgen. Het leek alsof onze zenuwen aan de wortels werden uitgerukt terwijl het gillende staal rond ons neerplofte' (p. 224).
Ook enkele bekende schrijvers vochten mee tijdens het Ardennenoffensief. Kurt Vonnegut werd aan het begin van de gevechten krijgsgevangen genomen en belandde uiteindelijk na veel omzwervingen in Dresden tijdens de vreselijke Amerikaanse bombardementen. Zijn ervaringen verwerkte hij in Slaughterhouse 5. J.D. Salinger liep gedurende deze periode van de oorlog de trauma's op die we in enkele van zijn Nine stories kunnen teruglezen, terwijl oorlogsjournalist Ernest Hemingway de gruwelen van de strijd probeerde te beschrijven voor het thuisfront, maar zich voornamelijk liet vollopen op veilige afstand achter de linies.

Hoewel de afloop van de strijd bekend is, weet Beevor de spanning er continu in te houden. De hoeveelheid details en informatie is indrukwekkend, maar zorgt er ook voor dat je je geheel in het onderwerp kan onderdompelen. Het lezen van Het Ardennenoffensief is daardoor als het lezen van een eersteklas thriller. Ik zal nu weer moeten wachten tot Antony Beevor een volgend boek af heeft.

11 Mei 2015

Ambo|Anthos, 2015
Oorspronkelijke titel Ardennes 1944. Hitler's Last Gamble, 2015
Vertaald uit het Engels door Bep Fontijn, Willem van Paassen en Pieter de Smit
416 pagina's








Comments

Of all the history books published around the centennial of the First World War The Sleepwalkers may well be the most sold. Many other First World War books take – logically enough - the actual war as their topic: the years 1914-1918, who fought who, how and where, who lost, who won. On the other hand, there is a big interest in the years immediately preceding 1914. Often, those years are seen as innocent and blissful, the calm before the storm. European culture was on a high wave, the arts and sciences flourished, nobody saw the catastrophe that was coming.
Christopher Clark, however, isn’t interested in the war years or the period leading up to the war, as such; his main topic is the five weeks between the assassination of Franz Ferdinand and his wife in Sarajevo and the declaration of war between the two great alliance blocks in Europe.

Clark focuses on the main decision-makers in the various countries involved: France, Russia, England, Serbia, Austria-Hungary and Germany. Who were they and what led them down the path to war? International relations could be trumped by the personal grudges and fears of an important individual who happened to be pulling the strings at the time. The Austrian military commander who was desperate not to seem unmanly in the eyes of the woman he was courting, the powerful English Foreign Secretary with a lifelong case of germanophobia or the French President’s obsession to appear decisive in front of France’s big ally Russia; their character traits played an important role in the decision-making process.

The dark horse in this tale is Serbia. Clark devotes a lot of attention to the Balkan peninsula – the boiling underbelly of Europe – and especially to the country whose illicit terrorist cells led the young Gavrilo Princip to assassinate Austria-Hungary’s emperor-to-be. With the regicide of the Serbian king, the formation of the underground society called the Black Hand and the mysterious figure Apis at the centre of it all, this part was the most exciting in the book.
The middle, with its long exposé of Europe’s political situation on the eve of war, had its ups and downs. However interesting the material may be, some of these chapters took me long to digest. I put the book aside for a few months – something you of course should never do with a tough book such as this – but couldn’t abandon it altogether. People talk so much about this book, even get into heated arguments about it, it deserves to be read. Luckily, once Franz Ferdinand is actually shot the inevitable chain of events that follows – which wasn’t inevitable at the time! – creates such a momentum you can only read on, even though you know exactly what’s coming or, perhaps, because you know.

25 January 2015

Penguin Books, 2013
Originally published in 2012
697 pages





Comments

‘John Franklin was al tien jaar oud en nog altijd zo langzaam dat hij geen bal kon vangen.’ Een sterke openingszin. We weten nog niks van deze John Franklin, maar hij heeft gelijk onze sympathie. Daar willen we meer over lezen.
Het langzame zal Franklins leven bepalen. Naar zee, dat is wat hij wil. Weg van het Engelse platteland waar hij opgroeit. Hij hoopt dat hij zijn handicap aan boord van een schip zal weten om te buigen naar een voordeel. Uiteindelijk lukt het hem om als matroos aan te monsteren. Alle nieuwigheden op een schip kosten veel tijd om te leren, maar als John Franklin iets eenmaal doorheeft zal hij het ook nooit meer vergeten.

Langzaam maakt Franklin zich het zeemanschap eigen. Zijn rust en inzicht beginnen op te vallen bij zijn meerderen en bang is hij ook niet uitgevallen. Dat is maar goed ook, want Engeland voert bloedige oorlogen op zee. Het is het begin van de 19e eeuw. Napoleon is aan de macht in Europa, maar onder aanvoering van admiraal Horatio Nelson beheerst Engeland de zeeën.
Hoewel onze hoofdpersoon een talent voor zeeslagen lijkt te bezitten, ligt zijn passie bij ontdekkingsreizen. Franklin vaart mee op een expeditie die de route bovenlangs Rusland en Siberië probeert te verkennen. Wij, die het verhaal van Willem Barentsz en Het Behouden Huys op Nova Zembla kennen, weten dat dit waarschijnlijk niet zal lukken.
Dan de Noordwestpassage: om Canada en Alaska heen en langs Groenland weer omlaag. Franklin staat inmiddels aan het hoofd van deze expeditie. Hij heeft het ver geschopt in de wereld. Als hij weer terugkeert in Engeland gaat hij zelfs boeken schrijven over zijn reizen, en met succes.

John Franklin heeft echt bestaan. De Duitse schrijver Sten Nadolny heeft met De ontdekking van het langzame leven een geslaagde historische roman geschreven rondom deze ontdekkingsreiziger. Het is het meeslepende verhaal van een jongen die tegen beter weten in naar zee gaat en daar carrière weet te maken. Het is ook het verhaal van een jongen die langzamer is dan alle mensen om hem heen, maar daar toch mee leert leven en het zelfs als iets positiefs weet aan te wenden. Traagheid, zelfbewuste en weloverwogen traagheid, wint het in dit boek van de alomtegenwoordige snelheid. Dat is iets waar wij hoop uit kunnen putten.

Van Gennep, 2014
Oorspronkelijke titel Die Entdeckung der Langsamkeit, 1983
Vertaald uit het Duits door Theodor Duquesnoy (1984) en volledig herzien door Felicien Duquesnoy (2014)
364 pagina's

29 september 2014








Comments

(Zomerlezen 6)

Een gaswolk doodt al het menselijke en dierlijke leven in een vallei in Kameroen. Een natuurramp uit 1986 die tot op de dag van vandaag niet verklaard is. Destijds deed Frank Westerman al verslag van dit bizarre fenomeen voor de radio en de krant, nu heeft hij zijn nieuwe boek gewijd aan de stikvallei.

Vlak na de ramp leek alles te wijzen op een uitbarsting van de vulkaan onder het Nyos-meer. Nu hangen vele wetenschappers de spontane-ontgassingstheorie aan, een spontane uitstoot van giftige dampen vanuit het kratermeer.
Maar was het wel een natuurramp? Vermoedens van een wapentest blijken ook hardnekkig - President Paul Biya zou hebben toegestaan om een nieuw type bom te testen op zijn eigen bevolking, door de Amerikanen, de Fransen, of zelfs de Israëliërs. Of was het een vertoornde meergod die een reusachtig python-ei op de bodem van het meer heeft stukgeslagen, om de afvallige bevolking te straffen met giftige zwaveldampen?

Om al deze verhalen is het Frank Westerman te doen. Hij is niet zozeer op zoek naar de ultieme waarheid van de ramp in de stikvallei, maar probeert te achterhalen op wat voor verschillende manieren deze ramp is verklaard. Hoe onstaan de verhalen die zo'n gebeurtenis moeten verklaren?
De internationale wetenschappers die de ramp onderzochten lagen vanaf het begin met elkaar overhoop. Opgezwollen ego’s en de hang naar internationale erkenning zorgden al gauw voor verschillende theorieën. De strijd tussen deze wetenschappers - met vulkanologen in het ene kamp en spontane-ontgassingsadepten in het andere - is zowel vermakelijk als gênant. En wat te denken van het legertje missionarissen dat in het gebied actief was? Natuurlijk hebben zij veel goed werk verricht, op het gebied van zorg en opvang voor de slachtoffers, maar zij bleken ook uiterst vakkundig in het gebruik van de ramp voor hun eigen wervingsdoeleinden.
De lokale bevolking blijft er ondertussen vrij stoïcijns onder. Zij hebben helemaal geen tijd om zich met oorzaken bezig te houden, zij proberen te overleven en zo goed als het kan weer een bestaan op te bouwen. Zij mogen echter nog altijd niet terug naar het voormalige rampgebied, maar wonen in tijdelijke onderkomens daar vlak buiten.

Zo doen nog altijd vele verhalen de ronde over deze merkwaardige natuurramp. En, zoals Westerman ondervindt, in al deze verhalen zit wel een kern van waarheid, door de jaren bekleed met vele lagen fictie. Zoals om de rib van Adam zo veel lagen zijn geboetseerd dat je uiteindelijk Eva overhoudt. Westerman heeft hiermee een sterk onderwerp te pakken. Ik denk dat het hem altijd om de oorsprong van verhalen te doen geweest is; als een archeoloog wroet hij in de bodem en beschrijft wat hij daar vindt. In zijn eerdere boeken doet hij dit ook al, maar nog niet eerder heeft hij het zo expliciet benoemd.
Waar Westerman eerder schreef als journalist, lijkt hij in Stikvallei meer schrijver. Hij schrijf meer to the point, in korte hoofdstukjes, maar tegelijkertijd plaatst hij zijn onderwerp in een breder perspectief. Ook de stijl is naar een hoger plan getild. Hier is een schrijver aan het woord die het in zich heeft een breed publiek te bereiken en daar zelf ook van overtuigd is. Zou Frank Westerman stiekem een nieuwe weg zijn ingeslagen?

21 Augustus 2014

De Bezige Bij, 2013
318 pagina's




Comments

About a year ago Joe Sacco impressed me with Safe area Goražde, a stark report from a Bosnian town during the Yugoslavian war of the 1990's. Sacco showed he has an eye for things the world refuses to see and the skills to draw them, producing comic book journalism of high quality.

His quest for the oppressed has led him on to Israel. Sacco is clearly fascinated by the violent pressure cooker that is Palestine and the never-ending struggle between Israelis and Palestinians. He comes upon a deeply buried case of more than fifty years ago and travels around the Gaza Strip to investigate. During the 1956 Suez Canal crisis Israeli troops are said to have conducted two massacres in Palestinian towns, killing hundreds of civilians. Official records of the time treat the incidents as minor disturbances, footnotes in the greater scope of history, and no investigation has ever been conducted.

Sacco tries to reconstruct the events of those days as objectively as possible, trying to find every eyewitness still alive to tell their story. Crossreferencing all those eyewitness accounts, sifting the truth from stories that often differ slightly from eachother; it is a long time ago, but such events are not easily forgotten. With the help of photo material from archives Sacco brings the gruesome events of those days back to life, all the while being constantly disturbed by the current disturbances in the area. Israelis bulldozing Palestinian houses on a large scale, looking for militants and insurgants, but in effect making many ordinary Palestinians homeless. In this highly stressful climate Sacco and his friend and interpreter Abed are often shouted at by the younger people whose homes they enter. What are they doing digging up dirt from so long ago, while contemporary events are demanding everyone's attention?

Fortunately, Sacco persisted and managed to piece together almost the whole story, including some Isreali accounts that hint at the truth of things. His point is valid enough and gets stated somewhere in the beginning of the book, when an old Palestinian remarks that the hatred that is visible all around was planted into people's hearts long ago. It is relevant to the current situation to understand how it used to be, or at least how it probably went.

5 January 2014

Jonathan Cape, 2009



Comments

Literatuur verandert onze blik op de wereld, laat je dingen zien in een nieuw licht. Goede non-fictie kan dit soms ook teweegbrengen. In het geval van 1000 jaar Amsterdam is dit effect zelfs direct merkbaar; je ziet opeens meer als je je door de stad beweegt. Als je je fiets parkeert in de Westerstraat zie je de gedempte Anjeliersgracht onder je voeten stromen, als je vanaf één van de vele verdiepingen van het nieuwe Openbare Bibliotheekgebouw uitkijkt over de stad zie je de zee van masten die vroeger voor je neus zou hebben geschommeld of zie je vanonder de moderne kolos waarin nu De Nederlandse Bank zetelt een schim van het afgebrande Paleis voor de Volksvlijt tevoorschijn komen.

1000 jaar Amsterdam vertelt het verhaal van de stad aan de hand van haar uitbreidingen. Het is een ruimtelijke geschiedenis van de stad, rijkelijk aangevuld met kaarten, schilderijen, foto’s en tekeningen. Hierdoor geholpen zie je voortdurend voor je wat in de tekst wordt uitgelegd en leer je de veranderingen herkennen in het straatbeeld. Waarom breidde Amsterdam zich uit en welke richting op? Met welke praktische zaken moest men rekening houden en hoe ging men te werk? Hoe werd er tegen de reeds bestaande stad aangekeken en hoe tegen de nieuwbouw? Aan de hand van herkenbare ijkpunten als de Dam en de grachtengordel en via stadsvernieuwers als Sarphati, Wibaut en Jan Schaefer leidt Feddes ons rond door de alsmaar veranderende stad Amsterdam, op leerzame en meeslepende wijze. Het boek is hierdoor snel genoeg uit, maar je blik op Amsterdam is voorgoed veranderd.

24 November 2013

Thoth, 2013
Oorspronkelijk verschenen 2012


Comments

Ik had bedacht dit boek te lezen in de aanloop naar onze reis naar Istanbul, of op zijn minst tijdens die reis. Het werd informatie achteraf. Ook dit heeft zijn charme, want nu had ik verschillende plaatsen die Lewis beschrijft met eigen ogen gezien.

Het boek kun je denk ik het beste beschouwen als een inleiding, een inleiding tot Ottomaans Istanbul. Lewis stipt veel aan, maar graaft niet diep. Dit is misschien maar goed ook, want hij heeft feitelijkheid duidelijk hoger in het vaandel staan dan leesbaarheid. Gelukkig is hij gul met citaten, waardoor allerhande gezanten aan het Ottomaanse hof hun bevindingen mogen uitspreken; sprekers uit Engeland, Italië en zelfs Nederland, maar ook verschillende Ottomaanse historici.

Het hof van de Sultan, gezeteld in het Topkapi paleis, krijgt terecht de meeste aandacht. Met zijn vele bestuurders, geestelijken, soldaten, en natuurlijk de microkosmos van de harem, vormde dit paleis het centrum van het Ottomaanse Rijk. Interessanter wordt het wanneer Lewis de opkomst van Ottomanen uiteenzet, hun begin in Klein Azië, de verovering van Byzantium en de vele uitbreidingen oost-, west- en zuidwaarts. De opkomst en onvermijdelijke neergang van zo’n groot rijk fascineert altijd.

De vele illustraties in het boek geven de macht en culturele rijkdom die in Istanbul samenkwam goed weer. Hoewel de stad sindsdien nog vele malen groter is geworden – tegelijk cosmopolitisch en onderdeel van een kleiner, zelfbewuster Turkije – vind je de sporen van het Ottomaanse Rijk nog overal terug. Gelukkig maar, want dit geeft het bruisende, moderne Istanbul ook diepgang. Die vele gezichten van de stad maken dat je er gelijk weer naar terug verlangt. Een gevoel dat nog eens werd versterkt door dit boek.

25 Oktober 2013

Bulaaq, 2006
Oorspronkelijke titel Istanbul and the civilization of the Ottoman Empire, 1963
Vertaald uit het Engels door René Bakker en Vicky Loeber




Comments
 

reading now


Categories