Soms heb je een auteur waar je ineens alles van wilt lezen. Eén boek smaakt naar meer en voor je het weet zit je wekenlang een heel oeuvre bij elkaar te lezen. Zo had ik ooit een Philip Roth-fase, een Virginia Woolf-fase (hoewel, eerlijk toegegeven, dat lag aan een vak dat ik destijds volgde), om nog maar te zwijgen van de Harry Potter-fase. Ik weet zeker dat als ik Harry Potter and the Philosopher's stone erbij zou pakken, ik de hele serie zo weer van voren af aan zou gaan lezen. Heerlijk. Gelukkig liggen die boeken veilig opgeborgen.

Afgelopen november en december had ik ineens iets nieuws; geen auteur deze keer, maar een plek had mijn aandacht: de Wadden. Ik was begonnen in een Wadden-klassieker, Het raadsel van de Wadden van Erskine Childers. Een Engelse avonturenroman uit 1903 die, gezien het opvallende gebrek aan vaart en spanning, de tand des tijds niet zonder kleerscheuren is doorgekomen. Toch is het een fascinerend verhaal en nog waargebeurd ook. Twee Engelse jongens maken met hun zeilboot een pleziertocht door de Duitse Waddenzee en langs de Deense kust. Ze komen een Duits spionagecomplot op het spoor en moeten het uiterste van hun moed en zeemanschap eisen om die informatie veilig naar hun thuisland te krijgen. Nogmaals, zeer vlot leest Het raadsel van de Wadden zeker niet, maar door alle nautische wederwaardigheden en de originele locatie tussen de Duitse wadden-eilanden, raakte ik op een bepaalde manier toch geïnspireerd. Ik wilde verder over de Waddeneilanden lezen.

Ik liep al een tijd rond met het idee De Wadden van Mathijs Deen eens te lezen. Nu had ik het perfecte excuus. Een ideale samenloop van  omstandigheden, achteraf gezien, want De Wadden werd een van de beste boeken die ik het afgelopen jaar las. Vermakelijk, informatief en zeer goed van stijl; Mathijs Deen weet in het boek de perfecte balans te vinden tussen smakelijke anekdotes en een goed doortimmerd historisch verslag. De Wadden is het verhaal van het Waddengebied, eilanden en zee, van de Oudheid tot nu. Prettig om te lezen en, bovendien, zet het je onmiddelijk aan tot een eigen bezoek aan de Wadden.

Zo gezegd, gedaan. Een paar dagen in een huisje op Texel, en wie kun je dan beter meenemen dan de Texelse schrijver Nico Dros? Ook hij had een boek dat nog op mijn lijstje stond, een verhalenbundel deze keer, met de aparte titel Langzaam afbouwen op deze planeet. Zeer geschikte Texelse lectuur, hoewel Dros lang niet overal het niveau haalt van Oorlogsparadijs, zijn historische roman die ik enkele jaren geleden met veel plezier las. Het titelverhaal is me bijgebleven, maar het beste verhaal vond ik met afstand 'Twee dooilingen', wat tevens ook het langste verhaal uit de bundel vormt. Een mooi liefdesverhaal dat zich afspeelt op het zeventiende-eeuwse Texel, als De Koog nog Coogh heet en Den Burg Burgh. Zoals bij de meeste mooie liefdesverhalen loopt het triest af, waarbij de lezer uiteindelijk aan het langste eind trekt. Historisch lijkt Dros op zijn best. Dat past waarschijnlijk ook het beste bij zijn ietwat archaïsche Nederlands. Mij bevalt dat Nederlands van hem uitstekend, dus ik hoop dat hij dat weet vast te houden in de toekomst.

We verlieten Texel weer en daarmee kwam voorlopig een einde aan mijn Wadden-fase. Het is me goed bevallen, zowel qua lectuur als omgeving. Andere auteurs en onderwerpen verdringen zich spoedig om aandacht. Aan te lezen boeken is tenslotte nooit gebrek. Die Wadden zal ik echter spoedig naar terugkeren. Drie van de vijf was ik zelfs nog nooit.

25 Januari 2016

Erskine Childers - Het raadsel van de Wadden
Hollandia, 2014
Oorspronkelijke titel The riddle of the sands, 1903
Vertaald uit het Engels door N. Willems-Dirkmaat
304 pagina's

Mathijs Deen - De Wadden
Thomas Rap, 2015
Oorspronkelijk verschenen in 2013
336 pagina's

Nico Dros - Langzaam afbouwen op deze planeet
Van Oorschot, 2015
185 pagina's







Comments (2)

De Britse historicus Antony Beevor is op zijn best als hij over de Tweede Wereldoorlog schrijft. Zijn boeken vallen onder de noemer krijgshistorie. Zo schreef hij boeken over D-Day, de slag om Stalingrad en de val van Berlijn waarin hij de gave toonde een veldslag inzichtelijk te maken, van generaal tot gewone soldaat. Stuk voor stuk spannende boeken én informatief. Beevors nieuwste boek gaat over het Ardennenoffensief en, laat ik het eerlijk toegeven, ik keek er al een tijd naar uit.

In december 1944 besluit Hitler nog één keer een grootschalig offensief te starten aan het Westelijk front. Aan het Oostfront is het rustig. De Russen wachten op harde vorst om hun grootscheepse winteroffensief te kunnen starten. In het westen zijn de geallieerden tot aan de Siegfriedlinie opgetrokken en beraden ze zich over de beste manier om Duitsland in te trekken. De Duitse tegenstand is verzwakt en eigenlijk houdt niemand een grote Duitse tegenaanval voor mogelijk. De Amerikaanse verdediging van het Ardennengebied is daarom zwak en ontoereikend. Als het Duitse leger op 16 december 1944 haar offensief exact dáár plaatst heerst er al gauw paniek bij de verdedigers. De Duitsers slagen er in korte tijd in een hap uit het geallieerde gebied terug te veroveren. Er ontstaat een bulge in de geallieerde linie waardoor de Amerikanen spreken van de Battle of the Bulge.
Die winter is het exreem koud in West-Europa. Dagenlange sneeuwval, mist en temperaturen van 20 graden onder nul maken de omstandigheden voor beide partijen gruwelijk zwaar. De parachutisten van de Amerikaanse 101ste Luchtlandingsdivisie, nog niet bekomen van de tamelijk desastreus verlopen Operatie Market Garden in Nederland, worden in allerijl naar het bedreigde Bastogne gestuurd, zonder winteruitrusting of gepantserde versterking. De meedogenloze strijd om Bastogne kende ik van de HBO-serie Band of Brothers. Nu begrijp ik echter pas wat zich toen afspeelde in het hele gebied. Voor het overzicht – welke legeronderdelen staan tegenover elkaar, wie valt wie aan, waarlangs en met welk resultaat? – heb je een boek als dat van Beevor nodig.

Aan de hand van kaarten en gesprekken tussen de bevelhebbers maakt Beevor de strategie achter de strijd duidelijk, terwijl foto’s en ooggetuigenverslagen de ontberingen van de mannen in de schuttersputjes illustreren. Zoals deze Amerikaanse officier noteerde, na een zwaar artilleriebombardement: 'In de boomstammen boven onze schuttersputjes werden enorme japen geslagen, en overal om ons heen konden we het knakken van boomtoppen en zelfs takken horen terwijl de genadeloze stalen hagel door het bos joeg en sloeg. Steeds weer hoorden we de bange kreet van iemand die was geraakt, en toch konden we alleen maar in elkaar duiken in onze schuttersputjes, met de rug tegen de voorste muren, en hopen dat we geen voltreffer zouden krijgen. Het leek alsof onze zenuwen aan de wortels werden uitgerukt terwijl het gillende staal rond ons neerplofte' (p. 224).
Ook enkele bekende schrijvers vochten mee tijdens het Ardennenoffensief. Kurt Vonnegut werd aan het begin van de gevechten krijgsgevangen genomen en belandde uiteindelijk na veel omzwervingen in Dresden tijdens de vreselijke Amerikaanse bombardementen. Zijn ervaringen verwerkte hij in Slaughterhouse 5. J.D. Salinger liep gedurende deze periode van de oorlog de trauma's op die we in enkele van zijn Nine stories kunnen teruglezen, terwijl oorlogsjournalist Ernest Hemingway de gruwelen van de strijd probeerde te beschrijven voor het thuisfront, maar zich voornamelijk liet vollopen op veilige afstand achter de linies.

Hoewel de afloop van de strijd bekend is, weet Beevor de spanning er continu in te houden. De hoeveelheid details en informatie is indrukwekkend, maar zorgt er ook voor dat je je geheel in het onderwerp kan onderdompelen. Het lezen van Het Ardennenoffensief is daardoor als het lezen van een eersteklas thriller. Ik zal nu weer moeten wachten tot Antony Beevor een volgend boek af heeft.

11 Mei 2015

Ambo|Anthos, 2015
Oorspronkelijke titel Ardennes 1944. Hitler's Last Gamble, 2015
Vertaald uit het Engels door Bep Fontijn, Willem van Paassen en Pieter de Smit
416 pagina's








Comments

Of all the history books published around the centennial of the First World War The Sleepwalkers may well be the most sold. Many other First World War books take – logically enough - the actual war as their topic: the years 1914-1918, who fought who, how and where, who lost, who won. On the other hand, there is a big interest in the years immediately preceding 1914. Often, those years are seen as innocent and blissful, the calm before the storm. European culture was on a high wave, the arts and sciences flourished, nobody saw the catastrophe that was coming.
Christopher Clark, however, isn’t interested in the war years or the period leading up to the war, as such; his main topic is the five weeks between the assassination of Franz Ferdinand and his wife in Sarajevo and the declaration of war between the two great alliance blocks in Europe.

Clark focuses on the main decision-makers in the various countries involved: France, Russia, England, Serbia, Austria-Hungary and Germany. Who were they and what led them down the path to war? International relations could be trumped by the personal grudges and fears of an important individual who happened to be pulling the strings at the time. The Austrian military commander who was desperate not to seem unmanly in the eyes of the woman he was courting, the powerful English Foreign Secretary with a lifelong case of germanophobia or the French President’s obsession to appear decisive in front of France’s big ally Russia; their character traits played an important role in the decision-making process.

The dark horse in this tale is Serbia. Clark devotes a lot of attention to the Balkan peninsula – the boiling underbelly of Europe – and especially to the country whose illicit terrorist cells led the young Gavrilo Princip to assassinate Austria-Hungary’s emperor-to-be. With the regicide of the Serbian king, the formation of the underground society called the Black Hand and the mysterious figure Apis at the centre of it all, this part was the most exciting in the book.
The middle, with its long exposé of Europe’s political situation on the eve of war, had its ups and downs. However interesting the material may be, some of these chapters took me long to digest. I put the book aside for a few months – something you of course should never do with a tough book such as this – but couldn’t abandon it altogether. People talk so much about this book, even get into heated arguments about it, it deserves to be read. Luckily, once Franz Ferdinand is actually shot the inevitable chain of events that follows – which wasn’t inevitable at the time! – creates such a momentum you can only read on, even though you know exactly what’s coming or, perhaps, because you know.

25 January 2015

Penguin Books, 2013
Originally published in 2012
697 pages





Comments

‘John Franklin was al tien jaar oud en nog altijd zo langzaam dat hij geen bal kon vangen.’ Een sterke openingszin. We weten nog niks van deze John Franklin, maar hij heeft gelijk onze sympathie. Daar willen we meer over lezen.
Het langzame zal Franklins leven bepalen. Naar zee, dat is wat hij wil. Weg van het Engelse platteland waar hij opgroeit. Hij hoopt dat hij zijn handicap aan boord van een schip zal weten om te buigen naar een voordeel. Uiteindelijk lukt het hem om als matroos aan te monsteren. Alle nieuwigheden op een schip kosten veel tijd om te leren, maar als John Franklin iets eenmaal doorheeft zal hij het ook nooit meer vergeten.

Langzaam maakt Franklin zich het zeemanschap eigen. Zijn rust en inzicht beginnen op te vallen bij zijn meerderen en bang is hij ook niet uitgevallen. Dat is maar goed ook, want Engeland voert bloedige oorlogen op zee. Het is het begin van de 19e eeuw. Napoleon is aan de macht in Europa, maar onder aanvoering van admiraal Horatio Nelson beheerst Engeland de zeeën.
Hoewel onze hoofdpersoon een talent voor zeeslagen lijkt te bezitten, ligt zijn passie bij ontdekkingsreizen. Franklin vaart mee op een expeditie die de route bovenlangs Rusland en Siberië probeert te verkennen. Wij, die het verhaal van Willem Barentsz en Het Behouden Huys op Nova Zembla kennen, weten dat dit waarschijnlijk niet zal lukken.
Dan de Noordwestpassage: om Canada en Alaska heen en langs Groenland weer omlaag. Franklin staat inmiddels aan het hoofd van deze expeditie. Hij heeft het ver geschopt in de wereld. Als hij weer terugkeert in Engeland gaat hij zelfs boeken schrijven over zijn reizen, en met succes.

John Franklin heeft echt bestaan. De Duitse schrijver Sten Nadolny heeft met De ontdekking van het langzame leven een geslaagde historische roman geschreven rondom deze ontdekkingsreiziger. Het is het meeslepende verhaal van een jongen die tegen beter weten in naar zee gaat en daar carrière weet te maken. Het is ook het verhaal van een jongen die langzamer is dan alle mensen om hem heen, maar daar toch mee leert leven en het zelfs als iets positiefs weet aan te wenden. Traagheid, zelfbewuste en weloverwogen traagheid, wint het in dit boek van de alomtegenwoordige snelheid. Dat is iets waar wij hoop uit kunnen putten.

Van Gennep, 2014
Oorspronkelijke titel Die Entdeckung der Langsamkeit, 1983
Vertaald uit het Duits door Theodor Duquesnoy (1984) en volledig herzien door Felicien Duquesnoy (2014)
364 pagina's

29 september 2014








Comments

(Zomerlezen 6)

Een gaswolk doodt al het menselijke en dierlijke leven in een vallei in Kameroen. Een natuurramp uit 1986 die tot op de dag van vandaag niet verklaard is. Destijds deed Frank Westerman al verslag van dit bizarre fenomeen voor de radio en de krant, nu heeft hij zijn nieuwe boek gewijd aan de stikvallei.

Vlak na de ramp leek alles te wijzen op een uitbarsting van de vulkaan onder het Nyos-meer. Nu hangen vele wetenschappers de spontane-ontgassingstheorie aan, een spontane uitstoot van giftige dampen vanuit het kratermeer.
Maar was het wel een natuurramp? Vermoedens van een wapentest blijken ook hardnekkig - President Paul Biya zou hebben toegestaan om een nieuw type bom te testen op zijn eigen bevolking, door de Amerikanen, de Fransen, of zelfs de Israëliërs. Of was het een vertoornde meergod die een reusachtig python-ei op de bodem van het meer heeft stukgeslagen, om de afvallige bevolking te straffen met giftige zwaveldampen?

Om al deze verhalen is het Frank Westerman te doen. Hij is niet zozeer op zoek naar de ultieme waarheid van de ramp in de stikvallei, maar probeert te achterhalen op wat voor verschillende manieren deze ramp is verklaard. Hoe onstaan de verhalen die zo'n gebeurtenis moeten verklaren?
De internationale wetenschappers die de ramp onderzochten lagen vanaf het begin met elkaar overhoop. Opgezwollen ego’s en de hang naar internationale erkenning zorgden al gauw voor verschillende theorieën. De strijd tussen deze wetenschappers - met vulkanologen in het ene kamp en spontane-ontgassingsadepten in het andere - is zowel vermakelijk als gênant. En wat te denken van het legertje missionarissen dat in het gebied actief was? Natuurlijk hebben zij veel goed werk verricht, op het gebied van zorg en opvang voor de slachtoffers, maar zij bleken ook uiterst vakkundig in het gebruik van de ramp voor hun eigen wervingsdoeleinden.
De lokale bevolking blijft er ondertussen vrij stoïcijns onder. Zij hebben helemaal geen tijd om zich met oorzaken bezig te houden, zij proberen te overleven en zo goed als het kan weer een bestaan op te bouwen. Zij mogen echter nog altijd niet terug naar het voormalige rampgebied, maar wonen in tijdelijke onderkomens daar vlak buiten.

Zo doen nog altijd vele verhalen de ronde over deze merkwaardige natuurramp. En, zoals Westerman ondervindt, in al deze verhalen zit wel een kern van waarheid, door de jaren bekleed met vele lagen fictie. Zoals om de rib van Adam zo veel lagen zijn geboetseerd dat je uiteindelijk Eva overhoudt. Westerman heeft hiermee een sterk onderwerp te pakken. Ik denk dat het hem altijd om de oorsprong van verhalen te doen geweest is; als een archeoloog wroet hij in de bodem en beschrijft wat hij daar vindt. In zijn eerdere boeken doet hij dit ook al, maar nog niet eerder heeft hij het zo expliciet benoemd.
Waar Westerman eerder schreef als journalist, lijkt hij in Stikvallei meer schrijver. Hij schrijf meer to the point, in korte hoofdstukjes, maar tegelijkertijd plaatst hij zijn onderwerp in een breder perspectief. Ook de stijl is naar een hoger plan getild. Hier is een schrijver aan het woord die het in zich heeft een breed publiek te bereiken en daar zelf ook van overtuigd is. Zou Frank Westerman stiekem een nieuwe weg zijn ingeslagen?

21 Augustus 2014

De Bezige Bij, 2013
318 pagina's




Comments

About a year ago Joe Sacco impressed me with Safe area Goražde, a stark report from a Bosnian town during the Yugoslavian war of the 1990's. Sacco showed he has an eye for things the world refuses to see and the skills to draw them, producing comic book journalism of high quality.

His quest for the oppressed has led him on to Israel. Sacco is clearly fascinated by the violent pressure cooker that is Palestine and the never-ending struggle between Israelis and Palestinians. He comes upon a deeply buried case of more than fifty years ago and travels around the Gaza Strip to investigate. During the 1956 Suez Canal crisis Israeli troops are said to have conducted two massacres in Palestinian towns, killing hundreds of civilians. Official records of the time treat the incidents as minor disturbances, footnotes in the greater scope of history, and no investigation has ever been conducted.

Sacco tries to reconstruct the events of those days as objectively as possible, trying to find every eyewitness still alive to tell their story. Crossreferencing all those eyewitness accounts, sifting the truth from stories that often differ slightly from eachother; it is a long time ago, but such events are not easily forgotten. With the help of photo material from archives Sacco brings the gruesome events of those days back to life, all the while being constantly disturbed by the current disturbances in the area. Israelis bulldozing Palestinian houses on a large scale, looking for militants and insurgants, but in effect making many ordinary Palestinians homeless. In this highly stressful climate Sacco and his friend and interpreter Abed are often shouted at by the younger people whose homes they enter. What are they doing digging up dirt from so long ago, while contemporary events are demanding everyone's attention?

Fortunately, Sacco persisted and managed to piece together almost the whole story, including some Isreali accounts that hint at the truth of things. His point is valid enough and gets stated somewhere in the beginning of the book, when an old Palestinian remarks that the hatred that is visible all around was planted into people's hearts long ago. It is relevant to the current situation to understand how it used to be, or at least how it probably went.

5 January 2014

Jonathan Cape, 2009



Comments

Literatuur verandert onze blik op de wereld, laat je dingen zien in een nieuw licht. Goede non-fictie kan dit soms ook teweegbrengen. In het geval van 1000 jaar Amsterdam is dit effect zelfs direct merkbaar; je ziet opeens meer als je je door de stad beweegt. Als je je fiets parkeert in de Westerstraat zie je de gedempte Anjeliersgracht onder je voeten stromen, als je vanaf één van de vele verdiepingen van het nieuwe Openbare Bibliotheekgebouw uitkijkt over de stad zie je de zee van masten die vroeger voor je neus zou hebben geschommeld of zie je vanonder de moderne kolos waarin nu De Nederlandse Bank zetelt een schim van het afgebrande Paleis voor de Volksvlijt tevoorschijn komen.

1000 jaar Amsterdam vertelt het verhaal van de stad aan de hand van haar uitbreidingen. Het is een ruimtelijke geschiedenis van de stad, rijkelijk aangevuld met kaarten, schilderijen, foto’s en tekeningen. Hierdoor geholpen zie je voortdurend voor je wat in de tekst wordt uitgelegd en leer je de veranderingen herkennen in het straatbeeld. Waarom breidde Amsterdam zich uit en welke richting op? Met welke praktische zaken moest men rekening houden en hoe ging men te werk? Hoe werd er tegen de reeds bestaande stad aangekeken en hoe tegen de nieuwbouw? Aan de hand van herkenbare ijkpunten als de Dam en de grachtengordel en via stadsvernieuwers als Sarphati, Wibaut en Jan Schaefer leidt Feddes ons rond door de alsmaar veranderende stad Amsterdam, op leerzame en meeslepende wijze. Het boek is hierdoor snel genoeg uit, maar je blik op Amsterdam is voorgoed veranderd.

24 November 2013

Thoth, 2013
Oorspronkelijk verschenen 2012


Comments

Ik had bedacht dit boek te lezen in de aanloop naar onze reis naar Istanbul, of op zijn minst tijdens die reis. Het werd informatie achteraf. Ook dit heeft zijn charme, want nu had ik verschillende plaatsen die Lewis beschrijft met eigen ogen gezien.

Het boek kun je denk ik het beste beschouwen als een inleiding, een inleiding tot Ottomaans Istanbul. Lewis stipt veel aan, maar graaft niet diep. Dit is misschien maar goed ook, want hij heeft feitelijkheid duidelijk hoger in het vaandel staan dan leesbaarheid. Gelukkig is hij gul met citaten, waardoor allerhande gezanten aan het Ottomaanse hof hun bevindingen mogen uitspreken; sprekers uit Engeland, Italië en zelfs Nederland, maar ook verschillende Ottomaanse historici.

Het hof van de Sultan, gezeteld in het Topkapi paleis, krijgt terecht de meeste aandacht. Met zijn vele bestuurders, geestelijken, soldaten, en natuurlijk de microkosmos van de harem, vormde dit paleis het centrum van het Ottomaanse Rijk. Interessanter wordt het wanneer Lewis de opkomst van Ottomanen uiteenzet, hun begin in Klein Azië, de verovering van Byzantium en de vele uitbreidingen oost-, west- en zuidwaarts. De opkomst en onvermijdelijke neergang van zo’n groot rijk fascineert altijd.

De vele illustraties in het boek geven de macht en culturele rijkdom die in Istanbul samenkwam goed weer. Hoewel de stad sindsdien nog vele malen groter is geworden – tegelijk cosmopolitisch en onderdeel van een kleiner, zelfbewuster Turkije – vind je de sporen van het Ottomaanse Rijk nog overal terug. Gelukkig maar, want dit geeft het bruisende, moderne Istanbul ook diepgang. Die vele gezichten van de stad maken dat je er gelijk weer naar terug verlangt. Een gevoel dat nog eens werd versterkt door dit boek.

25 Oktober 2013

Bulaaq, 2006
Oorspronkelijke titel Istanbul and the civilization of the Ottoman Empire, 1963
Vertaald uit het Engels door René Bakker en Vicky Loeber




Comments

Een boek als inspiratie voor een reis. Vorig jaar Transsylvanië naar aanleiding van Jaap Scholten, dit jaar de Zwarte Zee en Istanbul met Olaf Tempelman.
Vanuit Roemenië de Donau over, Patrick Leigh Fermor in het achterhoofd. Wandelen in het Roetsjoek van Elias Canetti, hedendaags Ruse in Bulgarije. Verder met de trein naar Varna, ons eerste aanknopingspunt met Olaf Tempelman. Een drukke badplaats in het zomerseizoen, maar nu rustig. PSV speelt op alle schermen tegen een Bulgaars team en verliest. Ik laat niet merken dat ik uit Nederland kom. Tempelman beschrijft het zeepark in Varna, een kilometerslange groene strook tussen de zee en de achterliggende stad. Men flaneert er en maakt muziek. Kinderen proberen een piñata stuk te slaan.

Vanuit Varna één dag naar Balchik, Tempelmans tweede stop in Bulgarije. Niet overslaan dit charmante kustplaatsje, want er staat een wereldberoemd paleisje. Wereldberoemd in Roemenië in elk geval. Hier woonde ’s zomers koningin Marie van Roemenië, kleinkind van de Engelse koningin Victoria. Dit stukje Bulgarije was na de Eerste Wereldoorlog een tijdje van Roemenië, waardoor Marie hier haar zomerpaleis wilde hebben. Je voelt de koninklijke eigenzinnigheid; de koningin liet drie verschillende bouwstijlen met elkaar vermengen, inclusief minaret. De nabijgelegen rozentuin ontwierp ze ook. Verderop in Balchik worden ijverig nieuwe appartementen gebouwd. Voor de Roemeense toeristen uiteraard. Het leek ons ook wel een mooi plekje.

Verder richting Istanbul, de omgekeerde volgorde die Tempelman aanhoudt. Hij reist verder noordwaarts langs de Zwarte Zee, bezoekt vergeten vissersplaatsjes in de Roemeense Donaudelta, gaat op zoek naar Isaak Babel in Odessa en Tsjechov in Jalta, weet met wat moeite tot Abchazië te worden toegelaten en draait via Georgië weer linksom richting Turkije en uiteindelijk Istanbul. Wij kozen de kortste route naar Istanbul, tien uur met de bus vanaf Varna.

Istanbul is mooi, Istanbul is druk, Istanbul slaapt nooit, niemand wil weg uit Istanbul. Wij ook niet, maar doen het toch. Uiteraard om snel weer terug te keren, want dat moet. Als je de stad één keer gezien hebt wil je haar vaker zien. Het is niet voor niks dat Tempelman Istanbul gebruikt als begin en eind van zijn reis. Dat zou ik ook doen. Het is het centrum van de hele regio en dat voel je. Onze gids in de stad, werkzaam bij het Roemeens cultureel instituut, vertelde dat zij er nu een half jaar woont. Ze wil er wat haar betreft niet meer weg en is alleen nog op zoek naar een rijke Turkse man.

6 Oktober 2013

Atlas Contact, 2013
Met foto's van Marco van Duyvendijk





Comments

Salt is one of the most common products used in any kitchen. It is cheap and available almost anywhere on the planet. And yet for thousands of years people have struggled to get it, keep it and sell it. Fortunes could be made trading salt and wars have been fought over it. About these simple crystals Mark Kurlansky has written a book; an interesting, informative and, above all, entertaining book. Perhaps because Kurlansky is not a historian, but a journalist mostly interested in food.

A few years ago I already read one of Kurlansky’s books, called Cod. I remember being intrigued by the chapter on sea and fishing in Bill Bryson’s A short history of nearly everything. In this chapter Bryson often referred to Kurlansky’s work, leading me to Cod and, subsequently, to Salt. Kurlansky is a recipe enthusiast; in both books you can find dozens of historical recipes and especially in Salt, these can be rather old. From Rome to ancient China cooks have found ingenious ways of preserving and preparing their food with salt. The Romans, for example, never shy to experiment with exotic tastes, used to love something called garum, a sauce made of fermented fish. How did these people come by their salt though?

Kurlansky describes two basic ways of procuring salt: you can dig for it or you can evaporate water that contains salt (sea water or water from natural salt springs) either using solar energy or putting a fire under it. The water then disappears and the salt remains. This technical aspect of salt making is interesting, but things get even more interesting when the ones who have salt decide to trade with the ones who don’t. We go from the first salt taxes in Imperial China to the wages of Roman legionnaires being called salary, from the successful salt trade empires of Venice, Genoa and the Hanseatic League to the discovery of the huge trade potential of salted cod caught off the coast of Newfoundland. We learn that one of Gandhi’s first successful protests against the British involved scooping salt of a beach (thereby breaking the law that forbade any Indian at that time to harvest salt) and that the Northern American states won the civil war against the Southern states because they blocked the supply of salt to the South.

Only recently has the production of salt become so industrialized and large scale that it is no longer necessary to spill any blood over it. Where it was once fashionable to use as much salt as you could afford, to show off and make your neighbours jealous, the current trend is exactly the opposite. Salt, regrettably perhaps, is no longer as interesting as it once was.

2 September 2013

Jonathan Cape, 2002


Comments (1)
 

reading now


Categories