Boeken lezen is net schaken. Soms ben je zo verzot op één pion (lees: schrijver) dat je steeds maar weer een stapje met datzelfde stuk zet om een volgend boek van die schrijver uit de kast te pakken. Vaak leidt het ene boek naar het andere, zodat je met een paardensprong naar een nieuwe schrijver springt die je aan de vorige doet denken. Of, als je er even helemaal klaar mee bent, steek je gewoon het hele bord over om bij een totaal ander genre of onderwerp uit te komen. Alles kan, alles mag, maar je stemming van het moment bepaalt uiteindelijk je leesstrategie.
Laten we eens kijken naar de boeken die ik de afgelopen twee maanden gelezen heb. Gewoon om te zien hoe ik van het ene naar het andere boek gehopt ben.

Begin november waren we op vakantie in Zuid-Portugal. Even een weekje ertussenuit om nog wat zonnestralen te vangen voor de donkere maanden echt beginnen. Het leek me realistisch om slechts drie boeken mee te nemen. De vakanties van tegenwoordig zijn tenslotte niet meer de vakanties van vroeger. Uiteindelijk heb ik me de hele week vermaakt met één van de drie boeken, wat langzaam las maar daardoor zeker niet minder leuk was: Life begins on Friday van Ioana Pârvulescu. Een aanwinst van onze vorige vakantie in Roemenië. Het is prettig als je af en toe een goed gesprek met je vrouw kunt hebben, dus toen ik in een boekhandel in Braşov zowaar een Engelse vertaling van Viața începe vineri zag liggen – een populaire Roemeense roman van een paar jaar geleden en een favoriet van mijn vrouw – moest ik die natuurlijk meenemen. Zodra ik niet meer in Roemenië ben zakt de noodzaak zo’n boek te lezen echter onherroepelijk weg, dus ik was erg trots op mezelf dat ik het bewuste boek meenam in de koffer naar Portugal. Life begins on Friday is het wonderlijke verhaal van een man uit onze tijd die in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw ineens terecht komt in het Boekarest van vlak voor 1900. Het boek is een vrolijke mozaïek-vertelling over allerlei kleurrijke personages uit de stad die Pârvulescu op ingenieuze wijze met elkaar verbindt. Van de krantenjongen tot de politiechef en van de redactie van de lokale krant tot de dokter en zijn gezin, iedereen reageert op zijn eigen wijze op die eigenaardige onbekende man die tot ieders verbazing over straat gaat zonder hoofddeksel, met een geheel geschoren gezicht en gekleed in rare gekleurde kleren. Om nog maar te zwijgen over z’n bijna niet te verstane accent. Een rare snuiter, dat is wel duidelijk, maar via hem komen alle personages wel nader tot elkaar. Life begins on Friday biedt een zeer origineel inkijkje in het Boekarest van ruim een eeuw geleden, nog voor de communistische bulldozers grote stukken van het oude centrum platsloegen, en aanstekelijk verteld door Pârvulescu.

Nu lijkt het haast alsof ik dit boek in één ruk heb uitgelezen, maar dat zou smokkelen zijn. De vakantie in Portugal was te kort om dit boek uit te krijgen en weer terug in Nederland had ik even behoefte aan iets anders tussendoor. Inmiddels heb ik ook de stripwinkel in Haarlem ontdekt, dus daarvandaan kwam ik thuis met twee aanwinsten: deel 1 van De Kennedy files van Erik Varekamp en Mick Peet en Familieziek van Peter van Dongen. Ik hou erg van strips als tussendoortjes. Hoewel ik niet echt een hele vaste stripsmaak heb moet het liefst wel iets historisch zijn en een beetje literair ook graag. De Kennedy files is een stripserie-in-de-maak over de beroemde familie Kennedy. Deel 1 is hiervan inmiddels verschenen en gaat over de pater familias, de vader van de latere president John F. Kennedy. Deze rijke Amerikaanse zakenman wordt in de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse ambassadeur in Engeland, alwaar hij zich te buiten gaat aan een luxeleventje met chique feestjes, veel drank en veel vrouwen. Allerlei bekende en vaak ook dubieuze figuren komen voorbij en het geheel leest als The Great Gatsby meets James Bond. Varekamp en Peet maakten eerder een stripserie over Prins Bernhard, Agent Orange. Gezien het succes daarvan is het eigenlijk best logisch dat ze als volgende onderwerp de Kennedy’s hebben genomen, want ze maken zeer vermakelijke én historisch goed doortimmerde strips rondom deze historische figuren.
Familieziek is een graphic novel van Peter van Dongen naar de roman van Adriaan van Dis. Van Dongen is een meester in de klare lijn-stijl van Hergé en Joost Swarte en omdat hij net als Van Dis een Indische achtergrond heeft was hij de aangewezen persoon om dit autobiografische verhaal over de jeugd van Van Dis te verstrippen. Na de Tweede Wereldoorlog komt het gezin Van Dis vanuit Nederlands-Indië in Nederland terecht. Adriaan is het nakomertje, vlak na de oorlog geboren, met drie oudere zussen boven zich. Het door de oorlog getekende gezin moet proberen te aarden in het Holland van de jaren vijftig. Het getreiter van de oudere zussen, de nostalgische moeder, de tyrannieke vader en het niet al te gastvrije grijze Holland in de na-oorlogse jaren, Van Dongen vertaalt alles zeer sfeervol naar beeld. Over alles hangt de beklemmende deken van een moeilijke jeugd en dan is er ook nog een mysterieus schaduwbroertje dat hier en daar opduikt in het verhaal, maar over wie nooit gesproken mag worden. Familieziek; mooi. Van Dongens eerdere tweeluik Rampokan, dat ook over Nederlands-Indië gaat, wil ik zeker ook nog een keer lezen.

Hierna ging het eventjes snel en las ik niet alleen alsnog Life begins on Friday uit, maar ook Sapiens van Yuval Noah Harari. Dat boek lag al ruim een jaar voor driekwart uitgelezen te wachten op het laatste zetje en nu was daar dan eindelijk het moment. Om in sporttermen te blijven, ik hoefde ‘m eigenlijk alleen nog maar in te koppen. Het blijft vreemd, het eerste stuk van het boek had ik met veel plezier gelezen. De hype rondom dit boek is wat mij betreft terecht, want ook ik vond het een fascinerend boek. Harari wil maar liefst de hele geschiedenis van de mensheid tot nu toe vertellen in één boek en weet daar wonderwel een tamelijk aanstekelijk geheel van te maken. Toch raakte ik ergens mijn lees-momentum kwijt en legde het boek weg. Gelukkig kon ik vrij gemakkelijk de draad weer oppakken en het laatste stuk alsnog uitlezen, zodat ook Harari een vinkje achter zijn naam kon krijgen. Dat lucht op.

Hierna gebeurde er een paar weken vrij weinig op boekengebied. De tijd rond Sinterklaas en richting Kerst is altijd vrij rommelig en druk, waardoor je weinig tijd overhoudt om te lezen. Om dan ineens in één weekend weer twee boeken uit te lezen. Eerst Heimat van Nora Krug. Een heel mooie ‘graphic memoir’ waar ik erg enthousiast over ben. Nora Krug woont al geruime tijd in de VS, maar is opgegroeid in Duitsland. Heimat – wat ze in het Engels heeft geschreven als Belonging. A German reckons with history and home – is een graphic novel waarin Krug terugkeert naar haar Heimat, naar Duitsland dus. Ze onderzoekt de geschiedenis van haar familie, van haar ouders die opgroeiden in de schuldbewuste jaren na de oorlog en van haar grootouders en hun oorlogsjaren. Heimat is een zoektocht naar Krugs familie, én veel meer dan dat. Via die zoektocht stelt ze ook allerlei vragen over afkomst, over het land en het gebied waar je vandaan komt. Mag je daar als Duitser wel trots op zijn, in het licht van de gruweldaden tijdens de Tweede Wereldoorlog? En hoe zit het met Krugs eigen familie? Waren al haar opa’s en oma’s, ooms en tantes wel onschuldig, of zitten er tussen haar familieleden ook daders? Gebruik makend van allerlei materiaal, brieven, foto’s en spullen van de vlooienmarkt heeft Krug hier een heel eigen, origineel boek van gemaakt. Het vertelt het verhaal van één Duitse familie, maar – en dat is het knappe – tegelijkertijd is het haar gelukt er een universeel verhaal van te maken over wat het betekent om bij een land en bij een familie te horen. Heel mooi en heel knap, misschien wel het mooiste boek dat ik dit jaar heb gelezen.

Gelijk door met wat anders, Wat is een boek? van Paul Dijstelberge. Vakliteratuur voor mij, absoluut, maar gelukkig ook gewoon een leerzaam en vermakelijk boek over – de titel zegt het al – de geschiedenis van het boek. Over letters, papier, drukpersen, schrijvers, uitgevers, boekhandels, zo’n beetje alles wat er over een boek als informatiedrager te vertellen valt. Lekker kort, informatief, met veel interessante plaatjes. Ook al is het maar 200 pagina’s, Wat is een boek? is typisch zo’n boek waar altijd wel weer wat leuks in staat wat je nog niet wist en wat je weer op weg naar andere boeken kan leiden. Een springplank-boek zullen we maar zeggen.

Jeugd, oorlog, Duitsland; via Heimat kwam ik in mijn hoofd al gauw uit bij een van mijn favoriete jeugdboeken van vroeger, Oorlog zonder vrienden van Evert Hartman. Met hetzelfde plezier als waarmee je soms oude films terug kunt kijken kun je ook oude kinderboeken herlezen. Heerlijk vind ik dat. Het enige criterium waar zo’n kinderboek aan moet voldoen is dat ik het ooit al een keer heb gelezen (of misschien wel meerdere keren) en dan is het goed. Even een nostalgie-vinkje zetten in je hoofd. Het leuke met zo’n boek als Oorlog zonder vrienden is, vaak weet je het verhaal nog wel zo’n beetje na te vertellen. De spanning zit ‘m dan eerder in ‘hoe ging dat nou ook al weer precies?’ En dan is het ook nog eens lekker leesbaar, want een kinderboek. Ideaal zo nu en dan.

Tussen Kerst en Oud en Nieuw gingen we naar Berlijn. Een goeie plek voor de feestdagen. Mijn boeken-missie daar: De tolk van Java van Alfred Birney uitlezen. Ook zo’n boek waar ik al een tijdje in bezig was. Geschiedenis, oorlog, Indonesië, het leek me helemaal mijn boek. Alleen, het is zo dik. Om mistige redenen heb ik een soort dikke-boeken-fobie ontwikkeld. Eigenlijk op niks gebaseerd, behalve op het feit dat je over dikke boeken soms nogal lang doet en dat mijn lees-momentum voor zo’n boek dan al weer verdampt is en dat dat stom is en..., nou ja, nergens op dus. Zoals met zoveel dingen is het slechts een kwestie van tijd en planning. En als je dan zo mooie week tussen Kerst en Oud en Nieuw vrij bent, dan past daar precies één zo’n dik boek in. De tolk van Java telt weliswaar vrij veel pagina’s, maar eigenlijk leest het als een trein. Het is een echt vertel-boek, waarin Birney het verhaal vertelt van zijn jeugd en de oorlogsjaren van zijn vader. Vader Birney groeit op in Nederlands-Indië als niet-erkende zoon van een Chinese moeder en een Nederlandse vader. Tijdens de Tweede Wereldoorlog strijdt hij tegen de Japanse bezetters, om na de oorlog als de Nederlandse machthebbers weer terugkeren om hun gezag te herstellen de kant te kiezen van de Nederlanders. Hij neemt dienst bij de Nederlandse mariniers en vecht tijdens de onafhankelijkheidsoorlog die daarop volgt tegen de Indonesische vrijheidsstrijders. Hij kiest partij voor de Nederlanders terwijl veel van zijn voormalige schoolvrienden juist kiezen voor de Indonesische kant. Terwijl zijn donkere huidskleur, zijn jeugd en achtergrond, eigenlijk alles hem juist verbindt met Indonesië, kiest hij voor het land van zijn vader die hem nooit erkend heeft. De Nederlandse strijdkrachten kunnen zijn kennis van de lokale talen goed gebruiken en zo wordt hij formeel ingezet als tolk. De lokale tolken vechten vanwege hun lokale kennis echter juist mee in de voorste linies, waardoor Birney sr. vele oorlogsgruwelen meemaakt en zelf ook veel slachtoffers maakt. Deze oorlogservaringen neemt hij met zich mee als hij na de onafhankelijkheid van Indonesië moet vluchten naar Nederland. Hij krijgt vijf kinderen met een Nederlandse vrouw, waarvan Alfred de oudste is. (interessante parallel met mijn eigen familie: mijn vader heet ook Alfred, is ook geboren in 1951, en zijn Nederlandse moeder is ook opgegroeid in Nederlands-Indië om na de Tweede Wereldoorlog en het Jappenkamp in Nederland een gezin te stichten. Hierna houden de vergelijkingen overigens wel op).
De door de oorlog getraumatiseerde vader maakt het leven van het gezin Birney tot een ware hel. Zijn frustraties en angsten botviert hij met name op de kinderen, waarbij de moeder meer en meer vlucht in huishoudelijke taken, televisie kijken en kettingroken. Als de Kinderbescherming na een paar jaar ingrijpt moet Alfred de rest van zijn jeugd in verschillende internaten doorbrengen. Zo werkt het verleden van de vader op gruwelijke wijze door in het leven van de kinderen en zadelt hij zijn gezin op met een vreselijke jeugd. In De tolk van Java rekent Birney op genadeloze wijze af met zijn beide ouders en deze jeugd. Daartussenin lees je in flashbacks het verhaal van de vader in Nederlands-Indië. Voorwaar geen lichte kost, maar zoals gezegd, Birney vertelt het allemaal op zo’n manier dat het haast wel licht leest. Hieraan kun je aflezen dat hij vele jaren aan dit boek gewerkt heeft. Niet alleen moest dit verhaal vertelt worden en zit er daardoor een enorme verteldrang achter, maar door al het gesleutel en geschrap is alleen het echt noodzakelijke blijven staan. Het boek telt weliswaar 550 pagina’s, maar dat voelt zeker niet als te veel. Je proeft dat er nog heel veel is weggelaten. Het resultaat is een intens boek, dat aangrijpend is, vaak spannend, heftig soms, maar altijd vaart houdt en dus zeer goed in balans is. Sommige stukken die vertellen over de nare gezinssituatie worden soms bijna te veel, maar dan wisselt Birney weer op het juiste moment van perspectief. Velen hebben dit boek Birney’s magnum opus genoemd en dat lijkt me een zeer juiste typering. Hij heeft tenslotte al dertien eerdere boeken op zijn naam staan, die tot dan toe zeer weinig lezers hebben bereikt. Nu komt alles ineens eruit in dit ene boek en zijn er al meer dan 100.000 exemplaren van De tolk van Java verkocht. Mooi hoe dat soms kan gaan. Mijn fascinatie met Nederlands-Indië is met dit boek enerzijds flink bevredigd, maar anderzijds misschien juist wel groter geworden. Ik wil hier zeker nog wel meer over gaan lezen en misschien ook nog wel meer van Alfred Birney, want voor een tot nu haast onbekende schrijver kan hij verdomd goed schrijven.

Roemenië, graphic novels, geschiedenis, oorlog, Duitsland, Indonesië. Dat zijn zo’n beetje de leesthema’s geweest van deze afgelopen maanden. Het ene boek brengt je op het andere, maar uiteindelijk kom ik vaak terug op een aantal interesses, genres en onderwerpen. Net zoals elke lezer waarschijnlijk. Al met al een goede oogst voor dit winterlezen-seizoen.

Ioana Pârvulescu - Life begins on Friday
Istros Books, 2016
Oorspronkelijke titel Viața începe vineri, 2009
Vertaald uit het Roemeens door Alistair Ian Blyth
268 pagina's

Erik Varekamp & Mick Peet - De Kennedy Files 1: De man die president wilde worden
Scratch Books, 2016
96 pagina's

Peter van Dongen - Familieziek - naar de roman van Adriaan van Dis
Scratch Books, 2017
128 pagina's

Yuval Noah Harari - Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid
Thomas Rap, 2016
Oorspronkelijke titel From Animals into Gods. A Brief History of Humankind, 2012
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
464 pagina's

Nora Krug - Heimat. Terug naar het land van herkomst
Balans, 2018
Oorspronkelijke titel Belonging. A german rekons with history and home, 2018
Vertaald uit het Engels door Inge Pieters
284 pagina's

Paul Dijstelberge - Wat is een boek? Een kleine geschiedenis
AUP, 2018
216 pagina's

Evert Hartman - Oorlog zonder vrienden
Lemniscaat, 2018
Oorspronkelijk verschenen 1979
252 pagina's

Alfred Birney - De tolk van Java
De Geus, 2017
544 pagina's



















Comments

Laatst was ik in Duitsland. Vrienden bezoeken, cultuur gecombineerd met currywurst, maar bovenal om te wandelen. Vanaf Osnabrück naar het noorden, de Hünenweg af, eerst door de uitlopers van het Teutobürger Wald, daarna Moorlandschap. Wandelen combineert niet alleen sport met ontspanning, het is ook aangenaam langzaam; een vorm van slow travel, zo u wilt. Bij mijn collega A. rolde er bij de combinatie jonge man + wandelen + Duitsland gelijk een boek uit van Markus Seidel, met de prachtige titel Umwege erhöhen die Ortskenntnis. Beter kan ik het niet zeggen. Gewapend met dit boek ging ik op stap, met dien verstande dat ik nog nooit een boek in het Duits had gelezen. Uiteraard heb ik dit op school wel moeten doen, maar ik heb nog het tijdperk meegemaakt dat je een boekverslag zo van Internet kon plukken en dat je docent dat dan niet doorhad. Die tijden zijn inmiddels voorbij, begrijp ik.

Duits lezen anno 2014 gaat, langzaam maar vrij zeker. Umwege erhöhen die Ortskenntnis begon ik in te komen. Eenmaal terug in Osnabrück aangekomen besloot ik bij de lokale boekhandel Wenner wat meer Duits leesvoer in te slaan. Ik dacht, waarom niet begonnen met een van mijn favoriete jeugdboeken, De meester van de zwarte molen van Otfried Preußler, in het Duits Krabat genaamd. Ik had dit boek een paar dagen ervoor al bij onze vrienden in de kast zien staan en de eenzame Hexentanzplatz die ik de vorige dag in de bossen was tegengekomen deed me nog er nog eens aan denken. De Umwege moesten even wijken voor dit jeugdsentiment in een nieuw jasje.

Het is erg prettig te ervaren hoeveel je van zo’n boek nog weet, ook zoveel jaren later. Het verhaal van de jongen Krabat die aan het werk gaat op een zwarte molen en samen met zijn mede-molenaarsleerlingen les in de duistere kunsten krijgt van de duivelse molenaar. Een boek dat, toen het uitkwam in 1971, waarschijnlijk ook al prettig ouderwets aandeed, met zijn sfeervolle setting op het 18e eeuwse Oost-Duitse platteland. Er waren veel Duitse woorden die ik niet onmiddelijk begreep, maar door de grote herkenning vormde dat geen probleem; de context wees me steeds wat werd bedoeld. Een boek lezen in een taal waarin ik nog niet zo’n hoog niveau heb is een prettige uitdaging merk ik. Soms knarst het bovenin, maar het stimuleert ook. De genoegens iets in de originele taal te lezen zijn groot. Dat weekje Duitsland, kortom, heeft me (al was het alleen voor de currywurst) meer gebracht dan verwacht. Ik heb inmiddels een nieuwe categorie 'auf Deutsch' aangemaakt en ik hoop daar binnenkort meer Duitse boeken aan toe te kunnen voegen. Tips met niet al te moeilijke Duitse boeken zijn welkom!

9 Maart 2014

Deutscher Taschenbuch Verlag, 2014
Oorspronkelijk verschenen, 1971


Comments

An excellent read, this classic adventure novel (the first on the list for the Novels of Quest and Adventure course). Short, punchy and quite gruesome for a children's book. A good thing, because adult readers can enjoy it equally. Nice bits with treasure hunting and especially the complex character of Long John Silver. Most of it has since become standard pirate fare, but in this original it's still innovative and quite cool.

3 February 2009

Comments

Very nice book indeed, both to read and to have read. It is fast-moving, going from one absurd scene to the next. Throughout Alice meets a host of (mostly unfriendly) people and creatures. It's nice to know what people mean when they mention the Mad Hatter's tea party (whose picture is also on a few Genesis records by the way). Good for the Bildung of an English student and quite enjoyable as well.

23 July 2008

Comments
 

reading now


Categories