Een schaaknovelle van Gerrit Krol, niet te verwarren met Schaaknovelle van Stefan Zweig, dat kleine meesterwerk. Krols schaaknovelle is geen meesterwerk en heeft ook geen pretenties in die richting. Het is een gelegenheidsuitgave uit 2002, ‘ter gelegenheid van het vijfde Essent Schaaktoernooi Hoogeveen 2001’. Ik hou erg van speciale geschenkboekjes en dergelijke gelegenheidsuitgaves. Onlangs las ik nog Een ware held van Martin Michael Driessen, wat oorspronkelijk een nieuwjaarsgeschenk van zijn uitgever was.

Gerrit Krol, de onlangs overleden schrijver. De schrijver ook wiens naam ik kende, maar diens werk niet. Hoogstens qua reputatie: moeilijk. Het is altijd prettig als dit soort negatieve reputaties onjuist blijken te zijn. Een schaaknovelle was in het geheel niet moeilijk, juist vermakelijk, door het aardige verhaal en de humor die Krol er af en toe door strooit. Het is het verhaal van een jong Nederlands schaakgenie, Gijs Kaasschieter genaamd, die op het punt staat wereldkampioen te worden door in een toernooi regerend werelkampioen Botwinnik achter zich te houden. Bij de allerlaatste partij komt Kaasschieter echter niet opdagen, hij houdt het voor gezien. Moe van alle media-aandacht vertrekt hij in het geheim naar Cuba. In een lange flashback lezen we ondertussen hoe de jonge Gijs zijn schaaktalent ontdekte, maar ook hoe hij zijn grote jeugdliefde Sarah ontmoet. Sarah zal later nog een rol spelen. Een mooi moment is wanneer de nog onbekende Gijs een partij weet te winnen van de grote Max Euwe.

Krol brengt met zijn Schaaknovelle een hommage aan het schaken, aan het spel maar vooral ook aan de traditie van schaakverhalen. Er schijnt in die traditie nog een beroemd schaakverhaal van Nabokov te zijn wat ik er eens bij zou moeten pakken. En Gerrit Krol, die onthou ik ook. Hij heeft zeker niet alleen maar moeilijke boeken geschreven.

21 Januari 2014

Querido, 2002
Collectie Bibliotheek Max Euwe Centrum


Comments

In de zomer van 1972 keek de hele wereld naar IJsland. In Reykjavik zouden de Rus Boris Spassky en de Amerikaan Bobby Fischer gaan strijden om het wereldkampioenschap schaken. Al meer dan 25 jaar was een schaker uit de Sovjet-Unie wereldkampioen, maar nu kon daar verandering in komen, door een Amerikaan nota bene. Van tevoren stond al vast dat dit een historisch toernooi zou worden; een moment in de geschiedenis waar iedereen bij wilde zijn.
Tegen deze achtergrond plaatst Arnaldur Indridason zijn nieuwste detective. Want op dit hoogtepunt van de Koude Oorlog, terwijl er zo veel buitenlandse journalisten, ambassadeurs en spionnen op één plek bij elkaar zijn, gebeuren er ook zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Een moord op een onschuldige jongen in een bioscoop. Zitten de Russen erachter, of de Amerikanen? Marion Briem moet het uizoeken. Er volgt een zoektocht die, hoewel vakkundig beschreven, helaas nooit echt spannend wordt. Indridason schrijft goed genoeg om het boek uit te willen lezen, maar lijkt niet zo zijn best te doen. Ik heb vaak gehoord dat hij één van de beste detectiveschrijvers van dit moment is, maar die belofte moet je er zelf bij bedenken. Geen enkel personage spreekt tot de verbeelding en, hoewel de context van het schaaktoernooi en bijvoorbeeld de dreigende kabeljauwoorlog tussen IJsland en Engeland veel te bieden heeft, doet Indridason daar weinig mee.
Ik vrees dat ik een mindere van hem getroffen heb. IJsland zelf echter trok me al langer en dat doet het nog steeds. Halldor Laxness en Jon Kalman Stefansson lijken me goede IJslandse schrijvers om mee verder te gaan.

4 Juli 2013

Uitgeverij Q, 2013
Oorspronkelijke titel Einvigið, 2011
Vertaald uit het IJslands door Adriaan Faber




Comments

(Originally read 23 July 2010)
It’s an interesting game, chess. I’m not a good player, but I like watching other people play and quite enjoy reading about it too. The last few years I’ve read entertaining chess books by Dutch grandmasters Hans Ree and Jan Timman, as well as an excellent biography of Bobby Fischer, Frank Brady’s Endgame. Reading nonfiction books about chess is one thing, however, but reading a work of literary fiction in which chess plays an important role is quite another. I’d already read Lewis Carroll’s Through the looking glass some years ago, one of the classics in chess literature. Perhaps the ultimate classic is Stefan Zweig’s Chess Story, though, so this book had to be my next read.
If you’d ask me for a top five of novellas Chess Story would certainly be in it. It would be hard to find any flaws in this book, actually. Despite being written seventy years ago Chess Story reads smoothly; some of the details may be dated, but the language itself is exceptionally fresh, making it a timeless text. (My version is in Dutch, so credits also to translator Willem van Toorn, who helped make Zweig’s text so timeless.) There’s an exciting plot, involving a boat journey to Buenos Aires, two chess fanatics on board and an escape from the Gestapo. One of the chess fanatics taught himself how to play the game during his captivity by the Gestapo, somehow reminding me of Dantès in The count of Montecristo. He teaches himself chess by playing against himself, thereby splitting his personality. He needs to play to keep his sanity during captivity, but by playing he becomes insane: a perfect paradox.
I think Zweig hit the fascinating aspect of chess on the head with this story. This is not to say that all excellent chess players are necessarily insane, or even that you should cultivate your dark side to become a chess champion. I would say, however, that both chess fanatics in Chess Story show interesting aspects of the chess persona. If you look closely you might even recognize some real players, living or dead.
I suppose a worthy follow-up to Chess Story would be The Luzhin defense by Vladimir Nabokov. Perhaps more on that book in the future.

18 December 2012

Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2004
Oorspronkelijke titel Schachnovelle, 1942
Vertaald door Willem van Toorn







Comments

De biografie van schaaklegende Bobby Fischer. Wonderkind, kluizenaar, volksheld en antisemiet. Fischer’s leven leest als een jongensboek. Mijn favoriete sportboek van het jaar.

28 September 2011

Comments

Very nice book indeed, both to read and to have read. It is fast-moving, going from one absurd scene to the next. Throughout Alice meets a host of (mostly unfriendly) people and creatures. It's nice to know what people mean when they mention the Mad Hatter's tea party (whose picture is also on a few Genesis records by the way). Good for the Bildung of an English student and quite enjoyable as well.

23 July 2008

Comments
 

reading now


Categories